R2P - R.I.P.

Libië markeert falen R2P

Velen wijzen op de interventie in Libië als een eerste duidelijk succes voor R2P. Maar dit ingrijpen heeft juist duidelijk gemaakt dat machtige landen opnieuw het recht claimen om zwakkere te bombarderen – dit keer uit naam van mensenrechten. Dit artikel verscheen eerder in de New York Times.

Op 31 oktober beëindigden de VN Veiligheidsraad en de Navo de militaire operatie in Libië. Daarmee kwam een einde aan wat de meest succesvolle internationale humanitaire interventie lijkt te zijn sinds door de oorlogen in Afghanistan en Irak het Westerse publiek grotendeels verbitterd is geraakt over dergelijke ondernemingen. Op het eerste gezicht is de interventie in Libië een schoolvoorbeeld van de nieuwe VN-doctrine van Responsibility to Protect (R2P). Voorstanders van R2P hoopten dat de doctrine staten zou verplichten in te grijpen – waar mogelijk vreedzaam, maar waar nodig met dodelijk geweld – als elders een tiranniek regime op het punt staat de eigen bevolking af te slachten.

Khaddafi’s dreigement in maart om een bloedbad aan te richten in rebellenstad Benghazi was precies het soort extreme situatie waar de architecten van R2P op doelden. En de door de VN toegestane Navo-interventie heeft een slachting voorkomen. Maar het had meer gevolgen. Niet alleen zijn de inwoners van Benghazi gespaard gebleven, de daarop volgende operaties van de Navo maakten een einde aan de 42 jaar oude dictatuur van Khaddafi. Libië werd een onderdeel van de Arabische lente.

Het Witte Huis, Downing Street en bovenal het Elysée kloppen zich nu op de borst. Maar een genuanceerdere reactie is op zijn plaats. Al was het maar omdat onduidelijk is of de val van Khaddafi in Libië een beter of democratisch bestuur inluidt; tot nu toe beloven de revoluties van de Arabische lente wat dat betreft niet veel goeds. Bovendien was R2P, anders dan eerdere varianten van humanitaire interventie, bedoeld om burgers te beschermen, en uitdrukkelijk niet om een machtswisseling in gang te zetten. De resoluties waarmee de VN Veiligheidsraad zijn zegen gaf aan de R2P-interventie om Benghazi te beschermen, machtigden de geallieerden niet om luchtsteun te geven in de verdere opstand tegen Khaddafi. Het is vrijwel zeker dat hij zonder die steun niet omver zou zijn geworpen.

Sceptici zoals ik moeten erkennen dat zonder het door hun gevreesde interventionisme dictators als Khaddafi aan de macht zouden kunnen blijven. Maar de voorstanders moeten onder ogen zien dat het tijdens opstanden zoals die in Libië niet mogelijk is om mensen te beschermen zonder regime change. Dit erkennen zij echter niet en mede daardoor zijn de kansen dat R2P zich ontwikkelt tot universele norm ernstig verkleind, zo niet verkeken.

Zelfgenoegzaamheid

Zij die geloven dat het laatste wat de wereld nodig heeft, is dat machtige landen opnieuw het recht claimen om zwakkere te bombarderen – dit keer uit naam van mensenrechten en internationaal humanitair recht –, zullen opgelucht zijn. De supporters van R2P hebben niets te vieren.

Hoewel op overtuigende militaire overwinningen vaak uitgelatenheid volgt, is dat zelden gerechtvaardigd. Te kort na de val van Saddam Hussein in 2003, verklaarde president Bush aan boord van een Amerikaans vliegdekschip op rampzalige wijze: Mission Accomplished. De Amerikanen hebben een hoge prijs betaald voor dit ondoordachte triomfalisme.

Op dezelfde manier verhult de overhaaste zelfgenoegzaamheid over de missie in Libië nu dat de Navo’s interpretatie van R2P oude wijn in nieuwe zakken is: humanitair-militair ingrijpen zoals in Kosovo in een nieuw, door de VN goedgekeurd jasje. Er is een rechtstreeks lijn te trekken tussen liberale interventionisten zoals Samantha Power en Bernard-Henri Lévy, beiden uitgesproken voorstanders van ingrijpen in Libië, en de Britse premier Blair die tijdens de Kosovo-oorlog claimde dat het Westen in de 21eeuw oorlog zou moeten voeren om waarden te beschermen in plaats van belangen. Blair en zijn ambtgenoten in Parijs en Washington hadden er geen moeite mee hun verklaarde waarden te negeren en de misdaden van Khaddafi oogluikend toe te staan, wanneer dat hun zo uitkwam. Tot ze besloten dat hun belangen het best gediend zijn bij steun aan de Libische opstand. Het Westerse beleid richtte zich op een nieuwe regering, en het R2P-mandaat was de dekmantel.

Voorstanders van de interventie in Libië stappen vaak eenvoudig over deze bezwaren heen – alsof we het er allemaal over eens zijn dat het belangrijkste doel van R2P altijd al was iedere gewenste humanitaire oorlog moreel en politiek te rechtvaardigen, ongeacht de rechtmatigheid. Het is toch goed dat Khaddafi is uitgeschakeld en vervangen door een democratisch gezind regime? De Navo heeft zich weer bewezen; de operatie was werkelijk multilateraal. Win-win alom.

Business as usual

R2P komt voort uit goede bedoelingen, maar één van zijn grote nadelen is dat het van oorlog een uit de kluiten gewassen politieklus maakt, vergezeld van fabeltjes over onschuld en rechtschapenheid. Iedere oorlog, ook als die gevoerd wordt voor de goede zaak en met oprecht respect voor internationaal humanitair recht, betekent afdalen in barbarisme (denk aan de wijze waarop Khaddafi aan zijn eind is gekomen). Zelfs aan R2P in zijn zuiverste vorm kleven dus morele risico’s. En wanneer het wordt verdraaid, zoals in Libië, vormt R2P een bedreiging voor de legitimiteit van internationale betrekkingen.

Toen R2P-voorstanders halverwege het vorige decennium de doctrine bij de VN bepleitten, hielden zij vol dat gebruik van geweld een uiterste maatregel zou zijn. Toch volgde in Libië het geweld vrijwel meteen op de ultimatums aan Khaddafi; R2P werd een speeltje van de Navo. Daardoor verliest R2P buiten West-Europa en Noord-Amerika het kleine beetje ethische geloofwaardigheid waarover het ooit beschikte.

Een interventiedoctrine die pretendeert moreel superieur en universeel te zijn, terwijl degenen die ingrijpen altijd uit het Noorden komen en de degenen die de interventie ondergaan altijd in het Zuiden wonen is geen vooruitgang, maar geopolitieke business as usual.

Terwijl men in Parijs, Londen en Washington elkaar feliciteerde met het Libische succes, vetoden China en Rusland en onthielden Brazilië en India zich van stemmen over veel mildere, niet-militaire sancties tegen Syrië in de Veiligheidsraad. Het is duidelijk dat op R2P-gebaseerde interventies, zoals die in Libië, in de nabije toekomst geen goedkeuring zullen krijgen in de VN.

Het Westen kraait de overwinning, maar de Navo-interventie markeert eerder de neergang van R2P dan dat het de doctrine heeft versterkt.

© 2011 The New York Times

Vertaling: Heleen de Jonge van Ellemeet

Andere publicaties van David Rieff:

- David Rieff  auteur van o.a. A Bed for the Nigth: Humanitarianism in Crisis, New York: Simon & Schuster 2002.
- Een langer essay van Rieff over R2P, “Saints Go Marching In” is te lezen op http://bureaudehelling.nl/artikel/saints-go-marching-in.

Amerikaans journalist en auteur van o.a. A Bed for the Night: Humanitarianism in crisis, New York 2002.
Alle artikelen