“Renaissance in Noord”

Interview met ontwerper Marcel van Wees

Marcel van Wees bedacht een plan om in zijn woonbuurt steigers aan te leggen, bedoeld als ontmoetingsplekken op het water. Dit originele burgerinitiatief stuit op een bureaucratisch harnas. Wanneer je als buurtbewoner iets aan het stedelijk interieur wil verbeteren, moet je er veel tijd en energie in steken, het moet je hobby zijn.

Achter het Amsterdamse centraal station liggen drie pontjes. Het middelste - toegangsprijs 0 euro - vaart tussen de passerende zeeschepen door recht naar de overkant van het IJ, naar restaurant ‘Het Tolhuis’ dat dateert uit 1662. Daar aangekomen wandel je door een landelijk, enigszins verwaarloosd gebied. Aan de rechterzijde ligt het Noord-Hollandsch Kanaal en een aantal schilderachtige oude dijkhuisjes, waarin ooit de arbeiders hebben gewoond die dat kanaal hebben uitgegraven. Aan de linkerzijde zie je veel groen, maar ook de uitgestrekte voormalige industrieterreinen van Shell, die worden omgeven door vervaarlijke, manshoge hekwerken met prikkeldraad. Welkom in Amsterdam-Noord!
Ietsje verderop ligt een op het eerste gezicht keurige wijk met arbeiderswoningen uit de jaren dertig van de twintigste eeuw, vernoemd naar de architect die de woningen ontwierp, de sociaal-bewogen Jan Ernst van der Pek (1865-1919). Iets verderop in een klein, geschakeld huisje aan het Buiksloterkanaal woont en werkt hier de jonge interieurarchitect en vormgever Marcel van Wees.

Hij is wat je noemt een betrokken buurtbewoner. Wanneer je met hem door de wijk loopt is er geen straat of hij weet te vertellen wat daar de afgelopen jaren verbeterd is en vooral ook wat er nog moet veranderen. Dat kan gaan om het type lantaarnpaal, het wegdek, de glans van de dakpannen, de slordig aangelegde steenperkjes rond de bomen, of de nogal rommelige en fantasieloos ingerichte pleinen. Vaak heeft men daar maar wat wipkippen, klimrekken of een voetbalkooi neergezet. Van Wees: "Wat we van nieuwe Nederlanders uit Mediterrane landen zouden kunnen leren, is dat niet alleen kinderen intensief van de openbare ruimte kunnen gebruikmaken, maar ook volwassenen. Daar moet meer oog voor zijn."

Steigerplan

De afgelopen jaren heeft Van Wees van zich doen spreken met tal van initiatieven die het sociale weefsel in Amsterdam-Noord zouden kunnen verstevigen. Het meest tot de verbeelding spreekt zijn plan om ontmoetingsplekken op steigers te creëren in het Buiksloterkanaal, aan de rand van de Van der Pekbuurt. Helaas is er tot nu toe nog niets terechtgekomen van dit originele burgerinitiatief. Als verklaring hiervoor steekt Van Wees om te beginnen de hand in eigen boezem: "Het ligt ook wel een beetje aan mijn ambities, ik steek hoog in. Als ik had gezegd: we leggen een vlondertje neer met een picknicktafel erop, dan was je voor vijfduizend euro klaar geweest en had hij er al gelegen. Maar het moet meer worden: een multifunctioneel pleinvlak op het water waar een ontmoetingsplaats kan ontstaan. Als er maar één bankje staat, lopen mensen door als er al iemand zit en wordt het al snel als vissersstek geconfisceerd."
Hoewel Amsterdam-Noord tot de 'krachtwijken' hoort, bleek het steigerplan niet voor ‘Vogelaargelden’ in aanmerking te komen. “Onder andere omdat het je als initiatiefnemer min of meer wordt verboden om er omzet op te maken. Je wordt dus verplicht er helemaal vrijwillig aan te werken. Die constructie vind ik kwalijk. Ik heb veel enthousiasme en ben bereid om heel veel vrijwillig te doen, geef continu voorzetjes, maar als je iets ontwerpt moet je navraag kunnen plegen, daar veel tijd in steken. Toch is het not done dat ik mijn eigen uren factureer. Daarop ben ik stukgelopen."
Ook brak hem op dat voor bewonersinitiatieven slechts een beperkt budget beschikbaar is. "Als je iets fatsoenlijk neerzet in de openbare ruimte, dan kost dat wat. Een deel van deze wijk is een paar jaar geleden opnieuw bestraat, dat kost een paar miljoen. Het stadsdeel vroeg me een aanvraag te doen voor het steigerproject. Ik maakte een voorstel en liet een bedrijf een offerte maken. Het ging om een ton. Daar zijn ze van geschrokken bij het stadsdeel. Ze denken daar meer aan een barbecue of een braderietje als het om bewonersinitiatieven gaat."

Plannen in pannen

Niet alleen het steigerplan heeft hieronder te lijden. Vorig jaar september organiseerden de deelraad van Amsterdam-Noord en woningcorporatie Ymere een gezamenlijk diner voor de bewoners van de Van der Pekbuurt, onder het motto 'Plannen in pannen'. Doel was om tijdens de maaltijd met ideeën te komen om de wijk prettiger, beter en mooier te maken. Van Wees: "Dat was een heel mooi evenement, kosten noch moeite waren gespaard om mensen enthousiast te maken: een hele lange eettafel, bewoners gingen met elkaar koken, er waren themagesprekken. Daaruit is een enorme waslijst aan initiatieven gekomen. Maar het gros daarvan lijkt inmiddels te stagneren, omdat er nogal wat bureaucratie aan vastzit. Ik begrijp wel dat je niet zo maar voor ieder plan een zak met geld kunt geven, maar zelf probeerde ik twee maanden lang vergeefs een contactpersoon te bereiken, die uiteindelijk niet meer in functie bleek te zijn. Het was een doodlopende tunnel. Dan denk ik: was het een evenement gericht op een eindresultaat of was het alleen maar om de illusie te wekken dat bewoners inspraak hebben?"
Toch wil Van Wees niet al te negatief zijn. "Als je je flink manifesteert, dan krijg je echt wel wat voor elkaar. Maar dat kost je wel de nodige uren. Je moet er echt een hobby van maken. Voor mij is dat niet zo erg, omdat ik bovengemiddeld geïnteresseerd en toegewijd ben met betrekking tot mijn leefomgeving, maar voor anderen... Zolang die Vogelaargelden in zo'n bureaucratisch harnas blijven zitten zullen veel mensen afhaken ben ik bang. Voor mij is het makkelijker, het is mijn vak. Soms is mijn activisme ook een verkapte manier om mijn ideeën over openbare ruimte überhaupt te kunnen uiten en misschien wat aan acquisitie te doen. Maar ik wil graag dat in de Helling komt te staan dat mensen zich moeten realiseren dat er wel degelijk veel mogelijk is, als je bereidt bent je erin vast te bijten."

Met zijn eenmansbedrijfje ‘Wees Vormgever’ heeft hij tot nu toe vooral als interieurarchitect zijn brood verdiend. Maar ook het stedelijke interieur hoort tot zijn vakgebied. "Ik ben een architectonisch vormgever die zich zowel op een interieur als een buitenruimte kan richten. Tijdens mijn opleiding heb ik nooit willen kiezen, al bleek het in de praktijk moeilijk te combineren. Voor een ZZP'er is het veel makkelijker om als interieurarchitect werk te krijgen. Stedenbouw is een stroperiger vakgebied, waarbij je in een netwerk moet zitten en de juiste mensen moet kennen. Als eenling moet je concurreren met de grote bureaus, dat is vrij pittig en daar zit mijn expertise ook niet. Als interieurarchitect voor de stad verhoud ik me tot stedenbouwkundigen zoals een interieurarchitect ten opzichte van gewone architecten."
Toch zit zijn carrière als stedelijk ontwerper de laatste jaren in de lift, niet in de laatste plaats omdat zijn enthousiaste en aanhoudende inzet voor Amsterdam-Noord langzamerhand vruchten begint af te werpen.

Kortzichtigheid

Van Wees woont in een inspirerende omgeving, vindt hij, waarin een lappendeken aan bouwstijlen, te zien is, variërend van zijn eigen wijk uit het begin van de vorige eeuw en de tuindorpen, tot de galerijflats in de Banne - die inmiddels alweer gedeeltelijk gesloopt worden - en de markante Shelltoren aan het IJ. "Ik vind het een waanzinnig leuk stadsdeel, omdat er een bloemlezing te zien is van diverse stedenbouwkundige inzichten. Zoals het jaren zeventig concept van de gescheiden verkeersstromen, met heel veel fietspaden door parken en fietstunnels. Als ik van hieruit naar Waterland wil fietsen, dan hoef ik bijna nergens langs auto's te rijden. Het is ook een heel groen staddeel."
Maar lang niet iedereen heeft oog voor die stedenbouwkundige kwaliteiten. 'Ik verveel me zo in Amsterdam-Noord' zong Drukwerk eind jaren zeventig - een nog altijd een populair liedje, blijkens de vele downloadmogelijkheden op het web. Het stadsdeel aan de overkant van het IJ heeft met zijn arbeiderswijken vanouds een niet al te beste reputatie gehad. Ten onrechte, vindt Van Wees. "Het beeld is vaak dat er in Noord alleen maar achterlijke mensen wonen. Dat klopt niet, de bevolkingssamenstelling is altijd heel divers geweest. Anderzijds, dat bij de renovatie van Zuid-Oost al het schorriemorrie naar Noord gestuurd is, zou best kunnen kloppen, gezien alle schietincidenten van de laatste jaren. Vooral langs de Ring A-10 zitten er hier en daar nogal wat linkmichels tussen. Af en toe komen ook hier van die gasten langsgelopen die met priemende ogen naar binnen kijken, duidelijk om even te checken wat het inventaris is. Maar toch, dit stadsdeel is met een renaissance bezig. Tien jaar geleden waren de problemen veel groter, zeker hier in de Van der Pekbuurt. Je had hier toen veel junks, het was echt een achterbuurtje. Het schijnt dat hier om de hoek een caravan met een hoertje erin geparkeerd stond."

De Van der Pekbuurt zal de komende jaren gerenoveerd gaan worden. Op de wijze waarop dat in het verleden is gebeurd is, heeft Van Wees het nodige aan te merken. "Het is me een doorn in het oog dat ze destijds hebben gekozen voor lelijke betonpannen. Als de originele rode keramische dakpannen waren gebruikt, dan had je een hele andere sfeer gekregen. Het is goed om op macroniveau over stedenbouw te praten, maar je moet er tegelijkertijd voor waken dat niet iemand om wat kosten te besparen een beslissing neemt die zo'n belangrijk effect heeft. Dat kun je makkelijk bagatelliseren, maar ik denk dat het belangrijk is. Alleen, hoe definieer je het gevoel dat die rode pannen oproepen? Dat zijn zulke abstracte begrippen."
Zo heeft hij meer voorbeelden. "Er zou een type lantaarnpalen komen met de oorspronkelijke kappen erop. Uiteindelijk ga ik dan zelf maar met de Nuon bellen, want als het van het stadsdeel moet komen gebeurt er gewoon niks. Gelukkig kwam ik daar in contact met een ambitieuze projectleider, een jonge vent die meteen een afspraak met me maakte om hier op locatie te gaan brainstormen over hoe we het kunnen gaan doen. Dan krijg je ineens het gevoel: dat er heel veel mogelijk is. Wat misschien meespeelt bij zo'n deelraad is de voor Noord kenmerkende nuchtere houding: 'doe maar normaal'. Het hoeft allemaal niet te sjiek, we leggen er gewoon betontegels neer. Maar als je daarvoor kiest, voer het dan in ieder geval goed uit."
Het geeft volgens hem aan waar het vaak aan schort in het stedelijk interieur: de kortzichtigheid en het gebrek aan inzet van bepaalde gemeenteambtenaren. Projectleiders met te weinig ambitie, die te weinig eigen initiatief tonen. De goede niet te na gesproken, zoals de nieuwe buurtmeester in zijn wijk, waarover Van Wees erg te spreken is.

Stenen betalen

Hij heeft geen eenduidig antwoord op de vraag wat er zou moeten veranderen om de toewijding van buurtbewoners aan hun leefomgeving aan te wakkeren. "Toen mijn vader een paar jaar geleden overleed was één van zijn laatste statements: ‘dit land gaat aan communicatie kapot’. Dat is waar. Hij was manager bij ‘Philips Medical Systems’ en zag gebeuren dat de budgetten op waren voordat het echte werk gedaan kon worden. Bij dit stadsdeel ligt dat gevaar ook op de loer. “Je kan heel veel praten en bijeenkomsten beleggen over de openbare ruimte maar je moet er voor waken dat hier niet het grootste deel van je budget aan opgaat zodat je de stenen niet meer kunt betalen. Buurtbewoners gaan natuurlijk pas meedenken aan hun leefomgeving als ze enkele mooie voorbeelden van een dergelijke samenwerking gezien hebben. Er zou een strategie moeten worden bepaald hoe, buiten de langlopende landschap- en stedenbouwprojecten om, je op een snelle en frisse manier burgerinitiatief en/of jonge ontwerpers de ruimte geeft om experimenten in de openbare ruimte te genereren. Op die manier zou je daadwerkelijk een duurzame verandering aan je openbare ruimte binnen het Vogelaarprincipe kunnen bewerkstelligen.”

Van Wees is blij met de aanjaagfunctie van een brainstormclub als Amsterdam-Noord Groene Stad Aan het Water (Angsaw), waarin hij ook zelf participeert. Vertegenwoordigers van Angsaw hebben zitting in diverse begeleidingscommissies en projectgroepen die als klankbord dienen voor het stadsdeel, corporaties en projectontwikkelaars. Daarnaast worden discussiebijeenkomsten georganiseerd. "Wat in Noord een frisse indruk maakt, is dat ze bij het stadsdeel bereid zijn om met zo'n groep als Angsaw in overleg te gaan en daar felle kritiek van te krijgen. Dat ze dat bovendien ook kunnen vertalen naar hun programma. Zelf heb ik vorig jaar, samen met anderen, een workshop georganiseerd over de Van der Pekbuurt en Nieuwendam-Noord. Onze kritiek was dat de inrichting van de publieke ruimte te vaak een sluitpost is, dat Noord daardoor stedelijke kwaliteiten ontbeert. Dan gaat het met name om pleinen, plantsoenen en de groendienst. In het kader van die workshop hebben we hele interessante gesprekken gehad met de verantwoordelijke portefeuillehouder in het bestuur van Noord, Harm-Jan van Schaik. Uiteindelijk hebben we van woningcorporatie Ymere en het stadsdeel wat geld gekregen en zijn we door de wijk getrokken met een groep van ongeveer vijfentwintig studenten, die we plannen hebben laten maken. Daarover zal in het najaar gepubliceerd worden."

Slotgracht

Dat is waar Van Wees uiteindelijk het meest fiducie in lijkt te hebben: het lanceren van vernieuwende ideeën. Laat duizend bloemen bloeien. "Je moet in workshops niet teveel mensen hebben uit het gerenommeerde circuit, voor wie dat soort dingen al snel een vingeroefening stedenbouw is. Je hebt frisse conceptuele kunstenaars nodig, die af en toe iets geks roepen. Er is hier bijvoorbeeld een grasveldje, een doodse akker, waarop een gemeenschapshuisje staat. Dat moet hufterproof zijn, dus heeft het stadsdeel er dikke stalen luiken opgezet. Dat heeft geen lekkere uitstraling. Uit de workshop kwam het idee voort: graaf er een slotgracht omheen en die luiken kunnen weg! Misschien een te kostbare oplossing, maar het is een interessant concept."
Via allerlei omwegen lijken sommige van die ideeën uiteindelijk toch gerealiseerd te kunnen worden, ondanks alle belemmeringen. Zo zal de entree van Amsterdam-Noord er in de toekomst waarschijnlijk heel wat uitnodigender uitzien dankzij de inspanningen van Van Wees en zijn geestverwanten. "De Tolhuistuin wordt ontwikkeld door de Stichting Cultuur aan het IJ, die mij een opdracht hebben gegeven om de buitenruimte te ontwikkelen voor het nieuwe gebruik van de tuin als actief cultuurpark. Ik heb voor hen een schetsontwerp gemaakt, een heel pragmatisch plan voor de buitenruimte om met minimale middelen maximaal effect te sorteren. Het belangrijkste onderdeel daarvan is om de hekken die nu rond het Shellterrein staan weg te halen. Mijn plan is om dit gebied openbaar te maken, er een pleintje aan het water bij te maken, zodat het mogelijk is om door die tuin meanderend naar het pontje te lopen. Bovendien zitten de culturele initiatieven op het voormalige Shellterrein dan niet meer in zo'n dode hoek. Dat plan is nu goedgekeurd door het stadsdeel. De volgende stap is om er geld voor te krijgen. Dat is de hoogste horde."
In ieder geval komt er op 18 juli een cultureel festival in het gebied, dat een vrijplaats moet worden voor alle vormen van kunst en cultuur. "Daar komen een heleboel frisse ontwerpers. Met dat soort mensen kun je aan guerrilla-achtige tactieken gaan denken om iets te bereiken. Dat is misschien de oplossing: los van permanente constructies gewoon ideeën gaan vormgeven, die semi-permanent of mobiel zijn en daarmee ook makkelijker realiseerbaar."

Sylvester Hoogmoed is journalist.
Alle artikelen