3 minuten

‘s Nachts op het strand

Nu is ze aangekomen, de ziel van Europa. Ze zit op een rots op de Isla de las Palomas, de meest zuidelijke punt van Europa. Achter haar de muur van de citadel, de witte huizen van Tarifa en laatste uitlopers van Andalusië. Voor haar de Estrecho van Gibraltar, en op een steenworp afstand de kust van Afrika. Haar bundeltje spullen heeft ze op de rots gelegd, veel zit er niet in: wat kleren en een verfomfaaid exemplaar van de Algemene Verklaring van de Rechten van de Mens, maar geen reisdocumenten, geen paspoort.

De ziel van Europa is tijdens haar tocht meerdere keren aangehouden omdat ze geen identiteitspapieren kon tonen. Ze is opgesloten, geïntimideerd, geslagen. Bij de ondervraging door de marechaussee, door de Guardia Civiles, heeft ze zich op haar recht als persoon beroepen, op haar vrijheid als mens, in Lille net zo goed als in Perugia, in Gent en ook in Triest. Dat ze steeds weer werd vrijgelaten was niet dankzij dat beroep; men wist gewoon niet waarheen ze kon worden uitgewezen, de ziel van Europa.

Nu zit ze daar, kijkt uit over de Estrecho en wacht op het invallen van de nacht. Ze heeft een deken over haar schouders gelegd en volgt met haar ogen de navigatielichten van de schepen: groen, rood, wit. Een containerschip, de Cargo China, een diepliggende olietanker, en twee trawlers, waarschijnlijk op weg naar de visgronden voor de kunst van Senegal.

De ziel van Europa weet dat ze ‘s nachts komen, altijd ’s nachts, en velen landen op de Playa de los Lances, het eindeloze strand achter Tarifa. Ze kent hun getal, duizenden en nog eens duizenden de afgelopen jaren, overgezet van het andere continent in sloepen, nauwelijks zeewaardige Pateras, zoals de Spanjaarden ze noemen. Velen komen levend aan, anderen spoelen aan.

Ze staat op, de ziel van Europa, klautert over de rotsen, loopt langzaam langs de muren van de vesting, luistert. Ze denkt aan allen die hier op het oude continent aankwamen, aan de Feniciërs die zich als eerste op de Isla de las Palomas vestigden, aan Tarif ibn Malik, die hier in het jaar 710 als eerste Saraceen voet aan wal zette, aan allen die hier tijdens de Conquista aan land gingen en verder trokken. Ze denkt eraan dat zovelen hier langskwamen, ook in tegenovergestelde richting.

De ziel van Europa slentert langs de muur van de vesting, ze zou nu de stemmen willen horen van hen die werden opgesloten, hier in het Centro de Internamiento para Imigrantes; de stemmen van hen die over de zee kwamen, ergens werden opgepakt, in de armen van de Guardia Civíl liepen; ze zou hun reisverhalen willen horen, hun stille hoop, hun angsten.

Ze gaat verder, over de smalle dam naar de Playa de los Lances en gaat op een boomstronk zitten. Ze wacht weer, de ogen gericht op de zee.

Ze wacht tot middernacht.

Dan ziet ze de eerste boot aankomen, hij schommelt op de golven en wordt het strand op geduwd. Mensen struikelen, vallen over boord en de ziel van Europa snelt erheen, ondersteunt hier een verzwakte man en neemt daar een oudere vrouw bij de hand, ze grijpt naar een kind, dat slaapt alsof er niets gebeurt, in dekens gehuld.

Ze helpt, de hele nacht lang, en ze is niet alleen. Vele helpers zijn er, mensen uit de buurt.

De ziel van Europa heet égalité, en ook zij is hier ooit van elders aangekomen, lang geleden.

 

 

Uit het Duits vertaald door Erica Meijers. Klik hier voor de Duitse versie.

 

Gerelateerde artikelen