Sektarisme en de weerzin tegen compromissen

Interview met Avishai Margalit

Sektarische groepen weigeren compromissen te sluiten omdat ze hun principes heilig verklaren. Ze zijn niet antidemocratisch, maar elitair. De politiek filosoof waarschuwt voor sektarische tendensen in de politiek. Ook groene partijen moeten oppassen.

De vergelijking waar Avishai Margalit mee komt is simpel maar werkt zeer inzichtelijk. Je kan, aldus de Israëlische politiek filosoof, op twee manieren naar politiek kijken: als een vorm van economie en als religie. Binnen het eerste beeld van politiek is alles onderhandelbaar en is altijd een compromis mogelijk. Binnen het tweede beeld worden sommige zaken heilig verklaard en dan zijn compromissen uitgesloten. Dat beeld noemt hij sektarisme en over sektarische tendensen in de wereld maakt hij zich grote zorgen.

Daarmee heeft hij niet alleen de Bin Ladens van deze wereld op het oog, maar net zo goed George W. Bush met zijn as van het kwaad. Margalit: “Het evangelisme waaraan Bush is gelieerd, is een paradigmatisch geval van sektarisme.” Hij wijst ook op het fanatisme waarmee de Palestijnen en de Joden elkaar sinds jaar en dag bestrijden in Israël. En hij waarschuwt voor sektarische neigingen bij linkse partijen en met name bij de Groenen.

De meeste mensen combineren de twee bovengenoemde opvattingen van politiek: soms past het economische, soms het religieuze. In tijden van crisis komt de religieuze opvatting boven drijven, in normale tijden overheerst de economische visie. We hebben twee ogen, zegt Margalit, het religieuze oog dat geen compromissen wil en het economische oog dat ze juist nastreeft. Het probleem van een sektarist is dat hij maar één oog heeft, het religieuze.

Opblazen

“Sektarisme is niet zozeer antidemocratisch, maar ten diepste elitair in de zin dat aantallen er niet toe doen. Elitaire groeperingen zijn niet bereid compromissen te sluiten, omdat ze geen waarde hechten aan de omvang van hun aanhang.” Niet de aantallen tellen, maar de kwaliteit van het principe. Margalit noemt dat het narcisme van de kleine verschillen. Als voorbeeld wijst hij op de dramatische breuk tussen de bevriende kunstenaars Piet Mondriaan en Theo van Doesburg. Hun stijl was voor de buitenwacht nauw aan elkaar verwant, maar ze kregen ruzie omdat ze het niet eens konden worden over de lijnvoering in de schilderkunst: horizontaal (Mondriaan) dan wel verticaal (Van Doesburg). “Sektarische groepen hebben de neiging kleine verschillen zo ver op te blazen, dat het niet langer mogelijk is nog samen te leven.”

Niet elke vorm van sektarisme is gevaarlijk of gewelddadig. Sommige sektes keren zich af van de samenleving en trekken zich, bij wijze van spreken, terug in de woestijn. Maar in tijden van oorlog worden sektarische neiging versterkt. Margalit: “In burgeroorlogen speelt sektarisme meestal een belangrijke rol. Ik zeg niet dat sektarisme de oorzaak is, wel dat een burgeroorlog sektarisme aanjaagt en de oorlog op gang houdt en verhevigt. Oorlogen tussen staten duren gemiddeld drie maanden, burgeroorlogen zes jaar. Het aantal doden ligt ook veel hoger. Bedenk dat sinds de Twee Wereldoorlog het aantal burgeroorlogen is vervijfvoudigd. Dat is een nieuw probleem.”

De aanleiding voor Margalit om met sektarisme bezig te zijn – binnenkort komt er een boek van hem uit over het onderwerp – ligt bij een eigen ervaring uit het verleden. In 1973, na de Yom Kippoer oorlog, stond Margalit zelf op de kandidatenlijst van een kleine linkse partij in Israël, Moked genaamd. De partij propageerde vrede tussen Israël en de Palestijnen, waarbij de laatsten hun eigen staat mochten vestigen. “Dat was indertijd absoluut ketterij”, zegt Margalit. Het potentiële electoraat van Moked was dan ook gering en bestond hoofdzakelijk uit de intelligentia. “We kenden zo ongeveer alle mensen die op ons zouden stemmen. Met een zetel kwamen we in de Knesset, het Israëlische parlement.” Trots is Margalit achteraf niet op dat resultaat. “Toen wij onze ideeën aan een delegatie intellectuelen uit de Verenigde Staten hadden gepresenteerd, kwam Irving Howe [indertijd een vooraanstaande linkse politieke commentator in de Verenigde Staten, red.] naar mij toe. Die zei: pas op dat jullie geen sekte worden. Dat zou vreselijk jammer zijn. Waarom worden jullie niet lid van de Arbeiderspartij en proberen jullie daar je ideeën te verspreiden?” Margalit ging in de verdediging, maar Howe’s woorden zouden hem de rest van zijn leven bijblijven. “Sindsdien probeer ik voortdurend te controleren of ik niet te sektaristisch word.”

Groen purisme

De overeenkomst met de positie waarin groene partijen zich bevinden, ligt zo voor de hand, dat Margalit er uit zichzelf over begint. Hij draagt ‘groen’ een warm hart toe. “Groene partijen zijn feitelijk de enige nieuwe politieke partijen van na de Tweede Wereldoorlog. Andere bewegingen, zoals de vrouwenbeweging, hebben niet tot partijen geleid.” Maar of groen succesvol is, hangt volgens Margalit af van de vraag of zij sektarische sentimenten achter zich weten te laten. “Joschka Fischer heeft de stap gezet naar compromissen. Hij kwam uit sektarische groepen maar heeft terecht beseft hoe destructief een sektarische houding is en werd vervolgens aangevallen door anderen. Je zag de spanning binnen de Groenen. Fischer drukte zijn agenda door en het werd een succes.” Diezelfde worsteling ziet Margalit bij alle andere groene partijen.

Het gevaar ligt op de loer dat zij, bijvoorbeeld op het gebied van klimaatverandering, standpunten innemen die zo radicaal zijn dat de partij alleen nog een kleine groep intellectuelen aan zich weten te binden. Aantallen tellen, dus moet je compromissen sluiten, luidt het devies van Margalit. Hij geeft toe dat de Groenen ook een voortrekkersrol kunnen spelen, waarbij anderen oogsten. “Bij sommigen zie je die strategische opstelling, maar bij anderen staat het purisme voorop.”

Het dilemma – je politieke ideeën laten verwateren in ruil voor een groter electoraat of die ideeën zuiver houden met een marginale rol als gevolg – is zeker niet aan groene partijen voorbehouden. Margalit maakt zich grote zorgen over de sociaal-democratische partijen. “Socialistische partijen vertegenwoordigden de werkende klasse, traditioneel het grootste segment van de samenleving. Ze hoefden geen compromissen te sluiten om grote aantallen te binden. Die tijd is voorbij, de arbeidersklasse is gekrompen. Dat is structureel. Om een groot electoraat te veroveren moeten de sociaal-democraten nu ook de middenklasse binden. Dan moet je water bij de wijn doen.” Veel sociaal-democratische partijen hebben daar moeite mee. “Het sektarisme bij linkse partijen verontrust me. Ik zie een tendens naar kleine groepen die zich afsplitsen uit teleurstelling in de socialistische partijen.” Het tegelijk binden van de middenklasse en de lagere klasse is het structurele probleem van de moderne samenleving, aldus Margalit. “Een thema waarop dat nog steeds kan is solidariteit en de kredietcrisis helpt daarbij. Ik neem deze crisis heel serieus.”

Verrot compromis

Margalit wil niet beweren dat compromissen altijd mogelijk zijn en dat niets heilig is. “Compromissen kunnen ook verrot zijn. Met Hitler of met het Zuid-Afrikaanse Apartheidsregime maak je geen deals. Verrotte compromissen zijn compromissen met verrotte regimes, met regimes die vernederen en humanitaire waarden met de voeten treden.”

Na enig doorvragen lijkt dat heldere onderscheid tussen gezonde en verrotte compromissen echter enigszins te wankelen, en blijkt het moeilijk aan te geven wanneer het religieuze oog en wanneer het economische oog moet worden geopend. Het pact bijvoorbeeld dat Adolf Eichmann in 1944 aanbood aan de Hongaarse jodenleider Joel Brand, kan wat Margalit betreft wel door de beugel. In dit voorstel, ook wel bekend onder de naam ‘blood for trucks’, konden één miljoen Hongaarse joden zonder kleerscheuren het land verlaten in ruil voor tienduizend vrachtauto’s van Amerikanen en Britten aan Duitsland. De onderhandelingen liepen vast en de deal ging niet door. “Met dat compromis konden veel levens gered worden. Dat is iets heel anders dan een compromis dat alleen maar politiek gewin oplevert.”

Beveelt hij compromissen aan met de Taliban? “Het ligt eraan waarover”, zegt hij. “Deals in het geval van ontvoering om levens te redden, is oké. Maar anders niet, want het regime was wreed en vernederend.” Als onderhandeling en compromissen er toe kunnen leiden dat de oorlog wordt verkort? Margalit: “Goeie vraag, maar het hangt helemaal af van wat de inzet is, wat verkorting van de oorlog inhoudt. Als het betekent dat je voor eigen voordeel een wreed regime aan de macht brengt of aan de macht houdt, dan ben ik er tegen.” Maar precieze oordelen spreekt hij liever niet uit. De beoordeling of je moet onderhandelen of niet, en of een compromis verrot is of niet, hangt immers af van de concrete omstandigheden en mogelijkheden.

Margalit maakt dan ook een relativering die de gepassioneerde pleitbezorger moet vrijwaren van een diskwalificatie als sektariër. “Er is een verschil tussen vechten en argumenteren. Net als bij voetbal wil je een discussie winnen, en dus wil je geen compromissen.” Vasthouden aan je standpunt kan onderdeel zijn van je strategie.

“Soms zeg je dat iets niet onderhandelbaar is om de prijs te verhogen. Om die reden verklaar je iets heilig, bijvoorbeeld de stad Jeruzalem. Soms is dat tactiek, maar soms ook niet. Het punt is dat je dat niet weet.”

De filosoof heeft nog wel een advies over de houding ten aanzien van sektarische groepen. “Zet ze niet te hard onder druk. In de Talmud staat: duw met één hand en omarm met de andere. Duw nooit met twee handen, dan werk je iemand eruit. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, de vraag is hoe je dat instrumentaliseert, maar probeer het. Duw sektaristen niet naar de grens.” Margalit ziet dat dat in veel samenlevingen wel de trend is. “Bedenk dat niet alles wat sektarische groepen zeggen belachelijk is of niet verdedigbaar. Ze komen vaak met belangen en wensen die overtuigend en zelfs gerechtvaardigd zijn. Zelfs de Taliban komt met terechte punten. Zoals dat het Westen imperialistisch is.”

Wat betekent het duwen en omarmen voor de omgang met bijvoorbeeld orthodoxe moslimgroepen in westerse landen, die zich daar in het geheel niet thuis voelen? Moet je in gesprek gaan over invoering van de sharia, om ze daarmee de samenleving in te trekken? “Dat ligt eraan om welk deel van de sharia het gaat. Sommige onderdelen zijn voor gebruik in de eigen gemeenschap, maar met onderwerping van de vrouw moet je niet akkoord gaan. Stel dat men polygamie wil, dat zeg je nee. Het dragen van hoofddoeken op school is oké. Ik ben het niet eens met het Franse verbod. De boerka is wat anders.”

Voor wie een hard hoofd heeft in gesprekken met sektariërs heeft Margalit ook nog een bemoediging. “Binnen sektarische groeperingen zijn er bijna altijd spanningen. Daar moet je gebruik van maken.” Hij wijst op de Hamas waar fracties zijn die voor rede en compromis vatbaar zijn.

Is dan zelfs een compromis over Jeruzalem mogelijk? Margalit: “Eén ding is wat de mensen bereid zijn te accepteren, al is het tegen heug en meug, een ander ding is of ze daartoe zelf het initiatief zullen nemen. Dat zullen ze niet doen. Het compromis zal van buiten moeten komen. De partijen zullen veel meer accepteren dan waarmee ze zelf zullen komen. Dat is een belangrijk verschil.”

Avishai Margalit (1939) is hoogleraar aan de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem en een filosoof die zich vooral bezig houdt met actuele politieke thema’s. Hij is een veelgevraagd essayist voor onder andere The New York Review of Books. Een van die essays, Occidentalisme. Het westen in de ogen van zijn vijanden, dat hij in 2004 samen met Ian Buruma schreef, bepaalde het debat na 9/11. Zijn bekendste boek is The decent society (1996) waarin hij de minimumvoorwaarden schetste waaraan een staat moet voldoen om zich fatsoenlijk te noemen. Het voorkomen van vernedering staat hierin centraal. Voor Wouter Bos was dit boek de intellectuele basis voor het PvdA-programma. Dit najaar was Margalit in Nederland op uitnodiging van het Soeterbeeck Programma van de Radboud Universiteit Nijmegen voor het houden van de jaarlijkse Thomas More Lezing.

In Nederlandse vertaling verkrijgbaar:

- Avishai Margalit, De fatsoenlijke samenleving, Van Gennep.
- Ian Buruma en Avishai Margalit, Occidentalisme. Het Westen in de ogen van zijn vijanden, Olympus.

Universitair docent aan de Universiteit van Amsterdam, afdeling sociologie. Oud-redacteur van de Helling.
Alle artikelen
Jelle van der Meer is journalist en publicist.
Alle artikelen