Theater van de waarheid

Interview met regisseur Wayn Traub

Volgens dramaturge Rezy Schumacher (Helling, 4-2004) gaat theater gelukkig weer over politiek. Toneelregiseur Johan Simons toonde zich eerder (Helling, 3-2003) ook een aanhanger van politiek op de planken. De Belgische regisseur Wayn Traub ziet voor het theater een andere rol: het creëren van waarheid.

Wayn Traub: “Al van jongs af aan worstel ik met het probleem van de waarheid en de leugen. Ik ben temidden van leugens opgegroeid. Mijn moeder was schizofreen en ze loog vaak. Dan liet ze een glas vallen en beweerde: “Geert, je hebt een glas laten vallen”. Het heeft me duidelijk gemaakt hoe mensen kunnen liegen en hun leven naar leugens kunnen leven. Maar, het gaat verder. Heel de samenleving functioneert op basis van leugens: van een leugentje om bestwil, conventies waaraan we ons confirmeren, tot de taal die we gebruiken om te communiceren. Die leugens ontkennen het meest persoonlijke wat de mens heeft, zijn eigen ik. Volgens mij wordt iedereen geboren als een unieke persoon, met een eigen taal, een eigen muziekje – dat is de waarheid van ieder mens. Deze waarheid krijgt echter niet of nauwelijks de kans om zichzelf te tonen en te ontplooien. Willen we de samenleving leefbaar maken, dan moeten we onszelf immers verloochenen: we moeten eenzelfde taal spreken, we moeten ons aan regels houden. Deze leugens zijn dus niet per definitie negatief, ze zijn een noodzaak om te overleven. Ze zorgen er wel voor dat ieder mens in een spanning leeft: tussen de waarheid waarmee hij geboren wordt en de leugens die hij nodig heeft om zich in deze maatschappij staande te houden. Deze waarheid zou je ook de duistere, in de zin van verborgen of onderbelichte kant van de mens kunnen noemen. De sociale druk zorgt er immers voor dat de ‘eigen’ waarheid voortdurend met de leugen wordt toegedekt.

Geert

“Het theater kent niet de barrières van het sociale leven, daardoor wordt het een plaats waar de leugens ter discussie gesteld kunnen worden en de waarheid belicht. Om te beginnen confronteer ik mezelf met de leugens en conventies uit mijn leven: de relatie tot mijn moeder, mijn (ex)liefdes, mijn obsessie om alles te registreren, over mijn leven als Geert… Mijn geboortenaam is Geert Bové. Maar de naam die mensen krijgen opgeplakt is de eerste en een heel krachtige conventie waaraan ze ondergeschikt worden gemaakt. De naam wordt daarmee een leugen waarin mensen leven en daar verzet ik mij tegen. Ik heb mezelf Wayn Traub gedoopt. Dat is geen willekeurige naam, maar mijn moeders familienaam: Wayntraub. Met deze tak voel ik me zeer verwant en daarom heb ik er voor gekozen.

“Mijn theorie over het denken van de waarheid kent een aantal fase: de eerste fase is de ik-fase, die bestaat uit een confrontatie met je eigen conventies; in de tweede fase, als je je min of meer hebt losgerukt van die conventies en de leugens, ga je aan de slag. Je eigen waarheid staat niet vast, je moet haar creëren. De eerste fase, de confrontatie geschiedt in Maria Dolores [zie onderaan; red.] als ik Geert heel obsessief Maria en Dolores met een camera laat achtervolgen, als ik de moeder-kind verhouding bespreek, et cetera. Dan begint de tweede fase en daarvoor heb ik de naam Wayn Traub gekozen. Het theater dat ik maak is immers geen autobiografische kopie van mijn leven tot nu toe. Wayn Traub verwerkt Geert in het verhaal dat hij vertelt en creëert daarbij zijn eigen verhaal. In tegenstelling tot Geert hoeft Wayn Traub zich niet te uit te drukken in maatschappelijke conventies, hij heeft het theater om zijn eigen waarheid te brengen.”

Jean

“De zelfconfrontatie vraag ik ook van mijn acteurs. Ik blijf de regisseur, dat klopt, maar als regisseur kan je op verschillende manieren te werk gaan. De acteurs bedenken hun eigen teksten op basis van het scenario dat ik in grote lijnen schets. Ze werken vanuit hun eigen naam en om niet weg te vluchten in een rol. Als de acteur Jeroen Willems in Jean Baptiste de officier van justitie speelt, dan moet hij dat spelen alsof hij zelf in de schoenen van die officier zou staan. Het is niet Jeroen Willems als officier van justitie, maar de officier van justitie als Jeroen Willems. Omdat ik deze filosofie serieus neem, zal ik nooit alleen maar een acteur aannemen omdat hij meesterlijk acteert. Dat is een noodzakelijke, maar geen voldoende voorwaarde. Acteurs moeten mijn filosofie delen alvorens ik met ze aan het werk ga.

“Sommige mensen zien in mijn stukken kritiek op de samenleving, anderen zien kritiek op hedendaags theater. Dat kan. Er zijn mensen die er problemen mee hebben dat ik mij als jonge theatermaker op deze manier profileer en hebben er moeite mee mij serieus te nemen. Het zij zo. Ik zal mijn opvattingen over wat theater volgens mij moet zijn, niet gebruiken om andere te beoordelen en veroordelen. Ik stel mijn eigen werk wel voortdurend aan kritiek bloot en vind ook dat mensen me daarop kunnen aanspreken. Natuurlijk verwelkom ik mensen die mijn visie (durven) delen. Voor mij staat een wat mindere eigen creatie per definitie boven een perfecte kopie.”

Maria

“Religie speelt inderdaad een belangrijke rol in mijn stukken. Of religie niet een grote leugen is? Het hangt ervan hoe je het gebruikt. Als je het oplegt, dan is het net als andere conventies een grote leugen. Ik heb zelf een Jezuïten-opleiding gehad en ben dus met deze toepassing opgegroeid. Maar dat is niet de manier waarop ik met religie omga. Ik vind bepaalde elementen uit de religie inspirerend en die gebruik ik in mijn theaterstukken; ik vertel mijn eigen verhaal over Maria Dolores, Jean Baptiste en Maria Magdalena. Omdat het publiek vertrouwd is met de religieuze verhalen hebben ze affiniteit met het stuk dat ik breng, maar kunnen ze ook zien hoe mijn verhaal afwijkt van het standaard religieuze verhaal.

“Daarnaast zijn de rituelen voor mij van belang. Religieuze rituele zorgen ervoor dat mensen zich verplaatsen van de ene naar de andere wereld. In de religie is dat een verplaatsing van het aardse naar het hemelse. In mijn voorstelling gebruik ik religieuze en ook andere rituelen om een overgang van de wereld van de leugen naar de wereld van de waarheid te bewerkstelligen. Ik gebruik niet alleen christelijke rituelen. De rechtbank in Jean Baptiste kan ook als een ritueel gezien worden.

Jacques

“Jacques Brel is voor mij een inspiratiebron omdat hij niet vluchtte voor zijn eigen waarheid. Als je Brel hoort zingen, dan weet je gelijk dat het Brel is. Hetzelfde geldt bij Picasso: een penseelstreek is voldoende om te zien dat het een Picasso is. Je kan Brel, Picasso en ook Shakespeare wel gaan kopiëren, maar zij zijn niet geniaal omdat we ze imiteren maar om wat zij creëerden. Ik zal niet ontkennen dat je als zanger, schilder of theatermaker veel van ze kan en wellicht ‘moet’ leren, maar ik bewonder ze vooral omdat het hen gelukt is een eigen weg op te gaan. Zij hebben zichzelf al gemaakt tot wie ze zijn, ik heb nog een lange weg af te leggen.”

De Belg Wayn Traub (32 jaar, echte naam Geert Bové) kreeg vorig jaar de prijs voor de ‘meeste beloftevolle theaterregisseur’ op het festival van Zürich. In de Vlaamse kunstwereld liet hij al begin jaren negentig van zich horen met een piraatzender (Star Tv) die nepreportages uitzond, hij richtte een eigen theatergroep op en hield diverse performances, waaronder ‘Actieonderbroek’: een meisjesslip op het hoofd van elk standbeeld in Leuven. In Nederland is hij recent bekend geworden met de theaterstukken Maria Dolores en Jean Baptiste, de eerste twee delen van wat een trilogie moet worden. Beide voorstellingen zijn een combinatie van filmbeelden, dans/toneel en speciaal gecomponeerde muziek. De beelden zijn een soort reality-tv en sluiten naadloos aan bij wat er op het toneel gebeurt (de hoofdpersonen zijn dezelfde) en dat geldt ook voor de muziek. De première van het derde deel, Maria Magdalena, wordt in 2006 verwacht. In mei gaat Jean Baptiste weer op tournee door Nederland.

Liesbeth Noordegraaf-Eelens is filosoof en econoom.
Alle artikelen