Wellust

Column

Tuin der Lusten van Jheronimus Bosch

Van alle ondeugden spreekt die van de wellust vandaag de dag misschien wel het minst tot de verbeelding. 

Versta me goed: dit is natuurlijk niet letterlijk bedoeld. Hoe onschuldig was de eerste pornofilm, ‘Pruimenbloesem’, die ik indertijd samen met mijn toenmalige vriendin en een vriendengroep bekeek, in vergelijking met wat de huidige porno-industrie ons tentoon spreidt. Niets, maar dan ook helemaal niets wordt meer aan de verbeelding overgelaten; welke vorm van wellust dan ook is voor nagenoeg iedereen gemakkelijk toegankelijk door een aantal simpele handelingen op de computer of op de telefoon.

Neen, enkel qua ondeugd spreekt wellust niet meer tot de verbeelding: immers, wat zou er nog ondeugdelijk zijn aan de verschillende standjes waarmee mensen al dan niet in gezelschap van anderen hun seksuele driften uitleven? De tijd dat seksualiteit als een taboe werd ervaren en wellust als ondeugdelijk, ligt gelukkig achter ons. Was het niet achterlijk om te denken dat seksualiteit alleen ‘deugde’ binnen het (uiteraard heteroseksuele) huwelijk en om er een sport van te maken om een zo volledig mogelijke taxonomie op te stellen van alle afwijkende en dus ondeugdelijke vormen van seksualiteit, zoals de Dominicaner pater Thomas van Aquino?

De sleutel waarin wij vandaag de dag over seksualiteit spreken, is niet wellust of ontucht, als de strafrechtelijke vertaling ervan, maar instemming en keuzevrijheid: vrijheid en blijheid op seksueel gebied zolang die maar gebaseerd zijn op wederzijdse instemming. Zo werd recentelijk een oud-wethouder van Gorinchem vrijgesproken van ontucht met een 16-jarig meisje. Hem hing anderhalf jaar gevangenisstraf boven het hoofd, omdat hij misbruik zou hebben gemaakt van zijn overwicht op grond van leeftijd en status. Maar de rechter was ervan overtuigd geraakt dat het meisje wel degelijk met de relatie had ingestemd.

Sterker nog, zij zou zelf de regie hebben gevoerd. De vraag of er ‘ontucht’ was gepleegd, was dus niet afhankelijk van de handelingen die die twee hadden verricht of van hun status (hij was getrouwd), maar van de vraag of de relatie gebaseerd was op dwang. Wederzijdse instemming zorgt ervoor dat geen strafrechtelijk delict heeft plaatsgevonden.

Het is duidelijk: seksuele relaties worden tegenwoordig niet meer beoordeeld vanuit het perspectief van de wellust, maar vanuit de individuele keuzevrijheid. Enkel waar onmogelijk instemming kan worden verondersteld, zoals bij kinderen of bij dieren, is seksualiteit een ondeugd. Daar dient strafrechtelijk vervolgd en eventueel zelfs privaatrechtelijk te worden opgetreden, zoals in het geval van de ontbinding van de Vereniging Martijn, een vereniging die zich inzette voor de maatschappelijke acceptatie van seksuele relaties tussen volwassenen en kinderen.

Toch heeft die verschuiving van perspectief van ondeugd naar keuzevrijheid iets merkwaardigs. Wellust werd immers niet alleen als ondeugd gezien omdat een veronderstelde norm van ‘natuurlijke’ seksualiteit zou zijn overtreden, maar ook omdat wellust een bedreiging vormt voor autonomie en rationale besluitvorming. Wie in een staat van wellust verkeert, kan over het algemeen niet meer zo goed nadenken. Wellust, net als bijvoorbeeld hebzucht, is een gemoedstoestand die andere functies uitschakelt. Zo luidt wel het gezegde dat mannen over twee organen beschikken die veel bloed nodig hebben terwijl er niet genoeg bloed is voor alletwee tegelijkertijd.

Kortom, anders dan tegenwoordig wel wordt gedacht, lijken seksualiteit en autonomie geen vanzelfsprekende vrienden te zijn. Daarom hield de rechter in de Gorinchemse zaak een slag om de arm: deze vrijspraak was een juridisch en geen moreel oordeel. Beide vallen blijkbaar niet samen en keuzevrijheid is misschien niet het hoogste goede.   

Dit artikel is verschenen in het herfstnummer van de Helling. Bekijk en bestel hier het tijdschrift.

Hoogleraar rechtsfilosofie in Nijmegen. Oud-lid van de Raad van Advies van Bureau de Helling.
Alle artikelen