Wim de Boer: “Vervul het verlangen”

Founding Fathers 3

Als bijdrage aan de discussie over de uitgangspunten van de partij die tot de herfst van 2008 binnen GroenLinks wordt gevoerd, blikt De Helling met een aantal Founding Fathers van de partij terug op de ontwikkelingsgang van GroenLinks. Als derde komt aan het woord: Wim de Boer.

In een serie over de oprichters van GroenLinks kun je niet om Wim de Boer heen. Met Cox Merkelijn en Janneke van der Plaat riep hij de partijraad van de PPR bijeen toen het partijbestuur op het punt stond de onderhandelingen met CPN en PSP af te breken. De partijtop meende als de grootste partij van de drie ook alleen nog een kans te hebben. Ook had men moeite met de CPN. De Boer: “Op die partijraad moest mijn goede vriend Bram van Ojik als partijvoorzitter een besluit van het partijbestuur verdedigen waar hij het zelf niet mee eens was. Maar het bestuur stond zo ver van de realiteit af. Het was voor ons duidelijk dat de achterban het niet zou pruimen als er geen beweging kwam.” De Boer c.s. dienden een motie in die opriep om de onderhandelingen te hervatten en kreeg hiervoor een meerderheid. Het partijbestuur weigerde echter de motie uit te voeren. De ‘bende van drie’ benoemde zichzelf tot onderhandelingsdelegatie en hervatte de besprekingen. Binnen enkele weken was GroenLinks geboren en de PPR ging om. De Boer: “We hebben echt rebels opgetreden. Door de val van Kabinet-Lubbers II op 2 mei 1989 kwamen er in september verkiezingen: wanneer er niet was dooronderhandeld zou het gewoon te laat zijn. Of het zonder die urgentie ook zo snel was gegaan, is nog de vraag.”

Is het gedachtegoed van de PPR nog herkenbaar in GroenLinks?
“Het verschil tussen GroenLinks en de PPR is inhoudelijk niet zo groot. We wilden in 1989 een stevige partij met een duidelijk profiel: groen en links, waarbij het ging om het evenwicht tussen beide. Sleutelwoorden waren: milieu, duurzaamheid, integriteit, solidariteit. We wilden onderzoekend en analyserend, creatief en optimistisch zijn. Een innemende en open partij met een internationale oriëntatie en aandacht en energie voor de kwaliteit van de democratie en de maatschappelijke orde. Dat was in de PPR ook belangrijk. Ook het libertaire karakter van de PPR is nog goed herkenbaar. Als je Leo Platvoet wilt geloven is het zelfs veel te invloedrijk. Hij spreekt van een liberale koers, maar dat gaat mij een stap te ver. De pluspunten van GroenLinks zijn wat mij betreft dat het pittiger en professioneler is. Het is minder theoretisch, minder soft en naïef dan de PPR.”

In de jaren tachtig sprak je van ‘vrolijk links’ als ideaal. Is dat gelukt?
“De eerste jaren na de fusie is dat er wel geweest, maar op dit moment zou ik dat niet zeggen. Er zit te weinig creativiteit en perspectief in de partij. Die hele discussie die nu bezig is, het toekomstproject van GroenLinks, lijkt toch teveel een pas op de plaats. Met een nieuw beginselprogramma verander je echt de partij niet. Alsof het opschrijven van dingen en het sleutelen aan structuren ons verder helpt. De zwakte van de Nederlandse politiek is dat het ontzettend veel over beleid gaat en over papier. Dat zit ook in onze partij. Ik heb zelf ook zo gefunctioneerd hoor: als je het maar goed opschreef, dan was je tevreden. Maar bij mij is langzaam maar zeker het inzicht ontstaan: daar gaat het helemaal niet om. Na het opschrijven begint het pas. Je moet zorgen dat je ideeën landen en uitvoerbaar zijn. Er wordt in het publieke domein zoveel energie gestoken in zaken waar niks van terechtkomt. Schrijf dan wat minder op en doe meer.

Daar komt bij dat er in de inhoudelijke discussie in de partij sprake is van regressie naar vroegere standpunten. Er zit wel wat in het verwijt dat GroenLinks elitaire trekjes heeft, maar als je dat wilt bestrijden met gedachtegoed van twintig jaar geleden kom je er echt niet. Die discussie over liberaal, vrijzinnig en of we wel links genoeg zijn: dat schiet niet op (diepe zucht).

Waar zit hem dan het probleem?
“Je moet het zien in het kader van wat er op dit moment in de Nederlandse politiek aan de hand is. Grote groepen in de samenleving hebben genoeg van de politiek. De laatste vijf, zes jaar is duidelijk geworden dat het de gevestigde politieke partijen – en tot onze schrik heeft GroenLinks moeten ontdekken dat ze daar ook toe behoort – niet gelukt is een echt antwoord te formuleren op alles waar mensen zich over opwinden. De opkomst van SP, Verdonk en Wilders is daar een reactie op. Ik zie drie groepen. Ten eerste het politieke midden. Dat zijn de gevestigde politieke partijen, de bureaucratie, het maatschappelijk middenveld, de modale burgers die ’t wel goed vinden. Die blijven gewoon doen wat ze altijd hebben gedaan: de boel aan de gang houden. De tweede groep bestaat uit mensen die door de globalisering, digitalisering en de multiculturele steden hun vertrouwde kaders kwijt zijn. Hun bestaan wordt beheerst door angst en boosheid. Hier leeft een ongelofelijk groot wantrouwen tegen de politiek, tegen publieke zaken en leiders en bazen in het algemeen. Door mensen als Fortuyn, Wilders en Verdonk is in deze groep het bewustzijn gegroeid dat ze ook gehoord willen worden en dat hun wensen vervuld moeten worden, en wel meteen.

De derde, ook groeiende, groep bestaat voornamelijk uit goed opgeleide, nadenkende mensen die bewust bezig zijn met hoe ze hun leven vorm willen geven. Ze verlangen naar meer diepgang, echtheid, nabijheid, samen optrekken, zingeving. Ze willen werk waar ze elke dag fluitend heen kunnen, omdat ze daar zinvol bezig zijn, gestimuleerd en gezien worden.
Ook zij zien weinig meer in de politiek, de spelletjes, het narcisme, ruis en kleingoed, het vele praten over wat er weinig toe doet.

Er is een groot verlangen – dat meen ik echt serieus – naar leiderschap van mensen die ertoe doen, die richting geven aan de samenleving, die dingen zeggen en doen die ons inspireren en tot verandering bewegen.”

Is dat de reden dat Barack Obama ook in Nederland zo populair is?
“Ja, al moet hij het natuurlijk nog gaan waarmaken. Er is een risico dat het verhaal mooier is dan de werkelijkheid, maar voorlopig is het veel overtuigender dan wat we lange tijd hebben gehoord.

Kijk, we kunnen niet allemaal Martin Luther Kings of Nelson Mandela’s zijn, maar we willen dat wel graag zien en horen. Ze gaven richting wat betreft zowel denken als voelen en maakten duidelijk dat leiderschap om meer gaat dan om dingen vinden, namelijk om behoorlijk met elkaar omgaan, om echtheid en warmte, om stem geven aan dat wat gezegd moet worden. Mensen doen heus hun stinkende best en hebben goede motieven om de samenleving verder te helpen, zeker de vertegenwoordigers van GroenLinks, maar de fundamentele vragen worden maar hier en daar gesteld. We moeten weer praten over bewustwording, want daar gaat het om.”

Bewustwording van wat?
“Van het feit dat het huidige systeem niet meer werkt, of in ieder geval kraakt en hoe dat komt. De laatste tijd houd ik me bezig met een filosofisch evolutiesysteem – SpiralDynamics – en dat heeft me duidelijk gemaakt dat het soms nodig is dat de dingen vastlopen, want pas uit dat gekraak ontstaat nieuw bewustzijn. De Tweede Kamer kan niet de kweekvijver zijn voor nieuw gedachtegoed, want is men meer bezig met reageren dan met vernieuwen en zelfreflectie. Het moet ergens anders vandaan komen en je mag hopen dat vertegenwoordigers van GroenLinks daarin geïnteresseerd zijn.”

Waar bevinden die kweekvijvers zich dan wel?
“Ik zie wel het verlangen, maar ik zie nog niet dat het vorm krijgt, behalve op individueel niveau. De eerste groep die ik noemde houdt zich alleen bezig met beheren en beheersen en absoluut niet met vernieuwen, de tweede groep heeft wel een functie in het wakker schudden maar zal nooit een constructieve bijdrage aan verbetering van de samenleving leveren. Dus de vernieuwing moet van de derde groep komen. Daar zitten veel mensen die zich afkeren van de bureaucratie en de bazen en zeggen: het moet toch anders, beter kunnen. Die zijn heel creatief. Ze beginnen voor zichzelf of zoeken maatjes in het leveren van een bijdrage aan werkelijke verandering. Bij hen ligt voor GroenLinks het natuurlijk potentieel. Dat zij niet warm van ons worden moet ons aan het denken zetten. Het gaat mij niet eens om het electorale voertuig, maar om de vraag: wat kunnen wij als politieke formatie betekenen? Ik vind het zorgelijk dat ook GroenLinks ontzettend veel energie in allerhande kleingoed stopt, zoals bijvoorbeeld een wetsvoorstel over vaderschapsverlof of media-educatie. Ik ben er niet tegen hoor, maar ik denk dan wel: is dit nu een plan waar we de samenleving mee verder helpen? We moeten ons de vraag stellen: hoe verbindt een wethouder zich met de vloeren van zijn stad, hoe verbindt de fractie in Den Haag zich met de vloer van de partij? Wat kan GroenLinks betekenen in het ontwikkelen van nieuwe ‘werkplaatsen voor verandering’ waar heel veel behoefte aan is. Ik mis het gevoel van urgentie dat het anders moet.”

Hoe komt dat?
“Men duikt onmiddellijk weer in de structuur. Neem de partijraad van GroenLinks, dat is een zieke club die wordt beheerst door wantrouwen. En daar staat niemand op die zegt: ‘jongens zullen we hier ogenblikkelijk mee ophouden’. Blijkbaar denken ze dat politiek bedrijven eindeloze controle betekent en scherpslijperij en wapperen met programma’s en moties, maar er is absoluut geen open gesprek over denkbeelden en over de vraag waar we eigenlijk met elkaar naar toe willen. Met een streep onder met elkaar. De vraag die je moet stellen is deze: is de manier waarop de partijraad functioneert de samenleving die wij willen? Alle geledingen van GroenLinks – de Tweede Kamerfractie, het stadhuis en het partijbureau – staan voor die spiegel: doen we wat we bedoelen te doen?”

Heeft GroenLinks een leiderschapsprobleem?
“Ja en nee. In algemene zin – en dat geldt eigenlijk voor de hele Nederlandse samenleving – wordt er onvoldoende nagedacht over leiderschap. Goed leiderschap is als leiders je raken en meenemen. Als mensen graag met en voor degenen werken die de vooruitgeschoven posities hebben en zich senang voelen door de manier waarop ze gezien worden en de ruimte krijgen – moet je eens kijken wat er dan gebeurt.”

Wat wens je GroenLinks toe?
“Dat wij een antwoord geven op het onvervuld verlangen in de samenleving en er een begin mee maken dat te vervullen. Daarvoor moet je een aantal oude vormen en gedachten maar laten voor wat ze zijn. Vraag me niet of ik nu concreet weet hoe het moet, want bewustwording begint met niet weten. In elk geval gaat het om zelfreflectie, veranderen, samen toegevoegde waarde creëren. Dat betekent ophouden met dingen die niet werken: elkaar de maat nemen, discussies zonder te luisteren, tegenstander-denken binnen je eigen club, willen winnen in plaats van samen onderweg zijn.

Ik hoop vurig dat het toekomstdebat oplevert dat we een glashelder profiel krijgen. Een partij die tegelijk visionair en hartverwarmend is, die mensen meeneemt naar morgen.”

Wim de Boer (1938) was in 1989 al een oude rot in de PPR en van meet af aan voorstander van samenwerking met de andere kleinlinkse partijen. Tussen 1974 en 1982 was hij lid van de gemeenteraad van Sneek voor Progressief Sneek (PPR, PSP en D66). In 1980 werd hij vice-voorzitter van de PPR en 1981 voorzitter. Dat bleef hij tot 1985. Tussen 1984 en 1990 was De Boer voorzitter van het Groen Progressief Akkoord, een samenwerkingsverband van PPR, PSP en CPN in het Europees Parlement. Hij leidde de PPR-campagne voor de Provinciale Staten van 1987 en de GroenLinks-campagnes voor de Tweede Kamer- en Europese verkiezingen van 1989. In 1993 werd hij in het interne referendum over het lijsttrekkerschap verslagen door Mohammed Rabbae en Ina Brouwer. De Boer was van 1991 tot 2003 de eerste fractievoorzitter van GroenLinks in de Eerste Kamer en in die periode ook directeur Dienst Samenleving in Zutphen. Dat najaar verving hij Mohamed Rabbae als wethouder in Leiden. In 2006 nam Wim de Boer afscheid van die functie en van de politiek.

Literatuur:

- P. Lucardie, W. van Schuur en G. Voerman, Verloren Illusie, Geslaagde Fusie? GroenLinks in historisch en politicologisch perspectief, DSWO Press, Leiden 1997.

Onderzoeker en docent aan de Protestantse Theologische Universiteit. Oud-hoofdredacteur van tijdschrift de Helling.
Alle artikelen