Yuppen naast de Van der Pekbuurt

Maakbaarheid van de stad

Studenten onderzoeken Amsterdam Noord voor hun interdisciplinaire minor ‘Maakbaarheid in de Grote Stad’ en ontdekken een stukje stad waar nieuwe yuppen op oude wijkbewoners stuiten.

Aan de overkant van het Centraal Station in Amsterdam ligt een van de moeilijkste stedenbouwkundige vraagstukken van dit moment. Wie recht oversteekt met de veerpont komt aan in Amsterdam Noord, een stadsdeel met een Mokum’s dorpsgevoel dat in heel hoog tempo verandert in een ‘hip’ stukje Amsterdam. De make-over van Noord past in de ambitie van Amsterdam om voorop te lopen in de concurrentiestrijd tussen creatieve wereldsteden. Klapstuk van deze verandering is de bouw van de wijk ‘Overhoeks’. Dit is een gloednieuw gebied met luxe appartementen en kantoren net over het water; centraler kan het bijna niet. Maar wat is de betekenis van deze vernieuwing, verhipping en veryupping voor de bestaande bewoners van Noord? Wat betekenen de grootstedelijke ambities voor de buren van deze nieuwe wijk?

Direct naast Overhoeks ligt de oude ‘Van der Pek-buurt’. Dit is een Vogelaarswijk met veel rode bakstenen huizen uit de jaren dertig, piepklein en gehorig om in te wonen. Waar Overhoeks zich richt op creatieve ‘kenniswerkers’, mensen met een relatief hoge opleiding en dito inkomen, heerst er in de Van der Pekbuurt veel armoede en werkeloosheid. Dat er een kloof tussen deze twee wijken zal ontstaan lijkt onvermijdelijk. De bewoners van de Van der Pek buurt kijken nu al argwanend naar de billboards met ‘artist impressions’ van het nieuwe Overhoeks. Zij herkennen daarin niets van hun eigen Amsterdam Noord. Ze zien vooral tegenstellingen. Het kosmopolitische karakter van Overhoeks tegenover het dorpse karakter van de Van der Pekbuurt. De blik op de toekomst tegenover de blik op het hier en nu. Hoogbouw tegenover laagbouw. Weidse groene boulevard aan het IJ tegenover stenen pleinen, huizen en straten verderop. Deze twee werelden worden zelfs fysiek gescheiden door het Buiksloterkanaal, dat ooit het voormalige Shell-terrein afschermde maar nu zal worden gemarkeerd door ‘de Strip’, een reeks wolkenkrabbers die als een torenhoge facade tegenover de Van der Pekbuurt komt te staan.

In een glinsterend, doorzichtig gebouwtje vlakbij de halte van de veerpont staat de maquette van Overhoeks opgesteld. Met een muur van flats en een grens-kanaal doet het plan denken aan de trendy ‘burcht bouw’ die al op verschillende plekken in Nederland is gerealiseerd. Het zijn gloednieuwe wijken met een ‘historisch tintje’: een pakhuisje met een grachtje of moderne appartementen met ‘authentiecke ouden naemen’. De burchtwijk voelt fijn en veilig voor de mensen binnen de grenzen van de buurt. Een begrenzing die op sommige plaatsen in Nederland soms letterlijk wordt gesymboliseerd door een ophaalbrug. Ook aan het ‘gevoel’ van Overhoeks wordt hard gewerkt, de geplande wooncomplexen hebben namen als ‘De Halve Maen’, ‘Prinsendam’ en ‘De Zeven Provinciën’. De wijk is een schoolvoorbeeld van ‘place branding’, een marketingstrategie waarbij er een passend ‘merk’ voor een gebied wordt ontwikkeld om nieuwe bewoners en bedrijven aan te trekken. Niet alleen op de billboards tegenover de Van der Pek buurt, maar ook in glossy folders en reclames wil Overhoeks uitstralen “levendig”, “eigenzinnig”, “kosmopolitisch” en “cultureel” te zijn.

Met geen woord (of beeld) wordt er in de branding van Overhoeks gerept over de ‘achterkant’ van de nieuwe wijk. Over de historische context van Amsterdam Noord waar de Van der Pekbuurt onderdeel van uitmaakt. Tussen tientallen sfeerbeelden van culinaire businesslunches, rosé in de zon en een ‘kosmopolitisch’ meisje in een Nepalese hoogvlakte is er plaats voor maar één zogenaamd “toefje” van het oude Amsterdam Noord: een abstracte foto van een verroeste scheepsketting. Dat er een veel minder abstracte, ‘levendige’, ‘eigenzinnige’ en zeer multiculturele wijk direct naast Overhoeks ligt lijkt de merk-strategen volledig ontgaan. De marketing van Overhoeks staat symbool voor de toenemende segregatie van verschillende sociale groepen in Amsterdam.

Over die segregatie maken de ontwikkelaars van Amsterdam Noord zich geen zorgen. Door de hippe trek naar het Noorden en de afbouw van het aantal sociale huurwoningen zal ook de Van der Pekbuurt over tien jaar veel meer lijken op de Overhoekse billboard-beelden, zo calculeren de ontwikkelaars. Het werkelijke resultaat is dat tientallen gezinnen uit hun vertrouwde buurt zullen moeten verhuizen. Opnieuw staat Amsterdamse ‘vernieuwing’ ook voor Amsterdamse ‘verdrijving’.

De bouw van Overhoeks is een logisch gevolg van het maximaal willen benutten van de ruimte rondom het centrum. Ook de oudere en meer achtergestelde buurten zoals de Van der Pek zullen mee gaan in deze vaak wrange ‘vaart der volkeren’. De gemeente Amsterdam is nu met klem aan zet om de diversiteit van de Van der Pekbuurt en van Amsterdam Noord als geheel te behouden en ervoor te zorgen dat ook de huidige bewoners profiteren van het toekomstige succes van Overhoeks. Een torenhoge haag van beton en glas is daarin niet het goede signaal. Ontwikkelaars moeten streven naar een ‘open’ architectuur. Echter, het is nog belangrijker dat de stad Amsterdam begint met het creëren van mogelijke ontmoetingsplaatsen of handelsomstandigheden tussen deze verschillende wijken. Amsterdam moet niet veranderen in een bijeenraapsel van sociale eilandjes, maar verschillen op een positieve manier inzetten.

Floor Lysen is student aan de Universiteit van Amsterdam.
Alle artikelen
Joachim Sullivan is student aan de Universiteit van Amsterdam.
Alle artikelen