25 mei 2017

Aanbevelingen voor terugwinning van fosfaat

Conclusies van symposium ‘Circulair met fosfaat’

Vijfentwintig aanbevelingen voor terugwinning van fosfaat en andere nutriënten, dat is de oogst van het symposium over fosfaatrecycling dat Bureau de Helling en Milieunetwerk GroenLinks op 12 mei organiseerden. De aanbevelingen zijn met name gericht tot gemeenten en waterschappen. Een overzicht.

Meer fosfaat uit rioolslib
 

1. Fosfaatterugwinning op de rwzi (decentraal) en terugwinning uit de as van rioolslibverbranding (centraal, à la EcoPhos) kunnen elkaar aanvullen.

2. Waterschappen moeten samen, uiterlijk in 2018, een totaalplan opstellen voor fosfaatrecycling. In 2030 moet 80 à 100% van alle fosfaat en andere grondstoffen uit rioolwater worden teruggewonnen.

3. Voorkom dat mestvergisting een excuus wordt voor bestendiging van de intensieve veehouderij.

4. Terugwinning van grondstoffen en energie uit rioolwater vergt hogere investeringen. Anders halen we het regeringsdoel van 50% minder verbruik van primaire grondstoffen in 2030 niet.

5. Haal niet alleen fosfaat, maar zoveel mogelijk grondstoffen en energie uit rioolwater. Op termijn verlaagt dat de waterschapslasten.

6. Regelgeving moet het veilig gebruik van grondstoffen uit afvalwater faciliteren.

7. Gemeenten dienen struviet te kopen in plaats van kunstmest, bijvoorbeeld voor hun sportvelden.

8. Gemeenten kunnen er bij hun waterschap op aandringen energie en grondstoffen te winnen uit rioolwater.

Klik hier voor het verslag van de workshop over fosfaat uit rioolslib, inclusief de presentatie van Geert Bergsma.

Nieuwe sanitatie in circulaire wijken
 

1. Nieuwe sanitatie is rijp voor bredere toepassing. Projectontwikkelaars, gemeenten en waterschappen moeten ermee aan de slag.

2. Pak de voordelen van nieuwe sanitatie, zoals de terugwinning van warmte uit grijs water, mee bij de energietransitie.

3. Zorg voor heldere concepten van nieuwe sanitatie, zodat de opties voor gemeentebesturen duidelijk zijn.

4. Bij grote renovaties van riolering en bij woningbouw moet nieuwe sanitatie de eerste optie zijn.

5. Standaarden voor gebruik van menselijke en dierlijke meststoffen in de landbouw moeten gelijk worden.

6. Voer een belasting op primaire grondstoffen in om recycling te bevorderen. De prijs van mineraal fosfaat moet de werkelijke kosten weerspiegelen.

Klik hier voor het verslag van de workshop over nieuwe sanitatie, inclusief de presentaties van Grietje Zeeman en Enna Klaversma.

Gescheiden inzameling van groente- en fruitafval, ook in de hoogbouw
 

1. Gebruik bij gemeentelijk afvalbeleid meer expertise op het gebied van gedrag. Afval scheiden moet een automatisme worden binnen huishoudens.

2. Het persoonlijke element is belangrijk. Ga bij mensen langs en sta open voor hun inbreng.

3. Elke grote gemeente moet in de komende raadsperiode gaan werken aan bronscheiding van gf(t) in de hoogbouw. Begin met serieuze, grootschalige proeven. Als het goed loopt, ontstaat enthousiasme en willen bewoners méér afval scheiden.

4. Diftar heeft zich bewezen in stedelijke gebieden. Maar begin er pas aan als het inzamelingssysteem (zoals containers met pasjes) op orde is.

5. Zet vraagtekens bij de bouw van nascheidingsinstallaties voor gft. Er kan dan wel biogas worden teruggewonnen uit het gft, maar de nutriënten zoals fosfaat gaan verloren.

6. Combineer vergisting en compostering van gft.

7. Pak ook voedselverspilling aan. Gemeenten kunnen hier meer tegen doen.

Klik hier voor het verslag van de workshop over gft-inzameling, inclusief de presentaties van Gijs Langeveld, Nevin Özütok en Cora-Yfke Sikkema.

Regionale hubs voor bioraffinage
 

1. Breng als gemeente in kaart welke organische reststromen (secundaire grondstoffenstromen) er zijn in de regio, bij welke bedrijven. Een grondstoffenpaspoort voor bedrijven kan daarbij een hulpmiddel zijn.

2. Ga met omringende gemeenten, waterschappen en bedrijven met veel organische reststromen om tafel om een hub voor bioraffinage te onderzoeken. Nodig een gemeente uit die er al ervaring mee heeft. De rol van de gemeente is die van ketenregisseur.

3. Maak gebruik van tijdelijk braakliggende terreinen om ruimte te bieden aan nieuwe circulaire ontwikkelingen.

4. Overweeg circulaire vrijzones, waar experimenten en innovaties niet stuklopen op regels. Ga werken met modulaire systemen, kleine pilots, die ook mogen mislukken. Speel in op de Omgevingswet, die pilotgebieden en vrijzones mogelijk maakt.

5. Dilemma Wet- en regelgeving beschermt volksgezondheid en milieu, maar er is flexibiliteit nodig in de regels om de omslag naar een circulaire economie te bevorderen.

6. Dilemma Bioraffinage kan een afhankelijkheid van de aanvoer van ‘afval’ scheppen. Zo is dierlijke mest een interessante reststroom voor bioraffinage, maar mestverwerking kan bijdragen aan bestendiging van de intensieve veeteelt met zijn negatieve gevolgen voor o.a. waterkwaliteit. Op z’n minst zouden aan mestverwerking strikte voorwaarden moeten worden verbonden: verkleining van de veestapel, verbetering van dierenwelzijn (waaronder weidegang voor koeien), vermindering van schadelijke uitstoot en van overlast en gezondheidsrisico's voor mensen.

Klik hier voor het verslag van de workshop over bioraffinage, inclusief de presentatie van Wouter de Buck.

In het dossier fosfaat vindt u ook een verslag van het werkbezoek aan de energie- en grondstoffenfabriek Omzetpunt Amersfoort, de videoregistratie van de keynote speech van Kimo van Dijk over schaarste en recycling van fosfaat, het verslag van het slotdebat van het symposium alsmede achtergrondartikelen.

Welke lessen trekken deelnemers aan het symposium over terugwinning van fosfaat?

Wetenschapsfilosoof. Medewerker van Bureau de Helling.
Alle artikelen
Medewerker van Bureau de Helling.
Alle artikelen

Reactie toevoegen