13 jun 2017

CDA, VVD en het Vluchtelingenverdrag

Vluchteling in Griekenland. Foto door Steve Evans. CC BY-NC 2.0

De vorming van een kabinet met GroenLinks liep stuk op de onwil van CDA en VVD om vluchtelingen op te vangen in Nederland. Deze twee partijen vinden het Vluchtelingenverdrag ‘niet meer van deze tijd’. Daarmee stellen ze de mensenrechten in de waagschaal, terwijl ze het migratievraagstuk niet oplossen.

CDA en VVD willen af van het Vluchtelingenverdrag. Ze vinden dat er te veel asielzoekers naar Europa komen en wijten dat mede aan dit verdrag. Bovendien vinden ze dat die asielzoekers uit gebieden komen die cultureel te ver van ons afstaan. Het is de eerste keer dat belangrijke politieke partijen in Nederland afstand nemen van wat tot nu toe als een fundamenteel mensenrecht beschouwd werd: bescherming zoeken tegen vervolging in andere landen, onderdeel van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

Beide partijen vonden de handhaving van mensenrechten in het nationale en internationale beleid tot voor kort een vanzelfsprekende politieke doelstelling. Door nu afstand te nemen van één van de in de Universele Verklaring vastgelegde grondbeginselen overschrijden ze de grens van een tijdperk, in ieder geval binnen West-Europa.

Mensenrechten als ultieme toets

Binnen deze twee partijen waren er tot nu toe voorvechters van het recht op bescherming tegen vervolging. Marga Klompé (KVP/CDA) vond dat een mens allereerst een (mede)mens is en dat al het andere - nationaliteit, ras, godsdienst, klasse - pas daarna komt. Maatschappelijk werk (zij leidde jarenlang het welzijnsministerie, dat ook wel ministerie voor maatschappelijk werk genoemd werd) had voor haar als eerste doelstelling rechtsherstel voor zwakkeren in de samenleving. Daarom legde Klompé bij de invoering van de Bijstandswet zo zwaar de nadruk op het uitgangspunt dat het hier niet om een gunst of om liefdadigheid ging, maar om een recht. Toen ik vanuit het vluchtelingenwerk contacten onderhield met de Haagse politiek, nodigde ze me een keer op de thee bij haar thuis. Daar bespraken we het recht op bescherming tegen vervolging. Mede vanuit haar verzetsverleden bleek ze een hartstochtelijk verdedigster van dit recht. Ik zal dat gesprek met deze ‘grande dame’ nooit vergeten.

Op wat grotere afstand heb ik Annelien Kappeyne van de Coppello gekend, vooral als prominent lid van de VVD-fractie in de Tweede Kamer (1971-1981) en later als staatssecretaris van Justitie. Ook voor deze rasechte liberaal waren mensenrechten de ultieme toets bij elk politiek handelen.

Het recht op bescherming tegen vervolging en andere in verdragen vastgelegde mensenrechten, zoals het verbod om mensen bloot te stellen aan onmenselijke en vernederende behandeling of bestraffing (Europees Verdrag over de Rechten van de Mens, EVRM) zouden, aldus de huidige leiders van de fracties van CDA en VVD in de Tweede Kamer, ‘niet meer van deze tijd’ zijn.

Ze stellen deze fundamentele wending, het afschaffen van wat eerder als een basisrecht van ieder mens beschouwd werd, voor als een puur pragmatische, praktische, nogal onproblematische keuze die als het ware in het voorbijgaan gemaakt kan worden. Niet als een stap die breekt met wat jarenlang als onderdeel van de grondslag van ons politieke bestel werd beschouwd: oud-staatssecretaris van Justitie Aad Kosto noemde als staatssecretaris van Justitie het Vluchtelingenverdrag ‘een briljant in het internationale recht’.

Als CDA en VVD op die manier de ruimte die door de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens in 1948 geschapen werd en de daarbij horende consensus doorbreken, beginnen ze aan een traject waarvan het eindpunt ongewis is. Welk grondrecht zal als volgende sneuvelen?

Mensen als Sybrand Buma en Halbe Zijlstra houden niet van een dergelijke benadering. Ze willen kortetermijnoplossingen voor hun praktische problemen van dit moment. Zelfs binnen hun beperkte perspectief zouden zij zich echter kritisch moeten afvragen: levert het eenvoudig elimineren van het recht van mensen die vervolging of een onmenselijke of vernederende behandeling te vrezen hebben om bescherming daartegen te zoeken in een ander land zo’n oplossing? Het antwoord is nee. Wil je het Vluchtelingenverdrag niet opzeggen maar veranderen, dan moeten alle 147 landen die het getekend hebben daarmee instemmen. Wil je het opzeggen, dan kom je in botsing met andere internationale afspraken, zoals het Werkingsverdrag en het Grondrechtenhandvest van de Europese Unie, waarin het Vluchtelingenverdrag is opgenomen. Bovendien schrap je niet alleen een verdragsverplichting, maar haal je ook een onderdeel van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens weg. Dat is een flinke stap achteruit ten opzichte van wat indertijd als reactie op de wereldoorlog tot stand werd gebracht.

Migratie gaat door

Ook op andere punten zullen Zijlstra en Buma bot vangen. Want denken zij nu werkelijk dat migranten naar Europa komen omdat de landen van de EU het Vluchtelingenverdrag hebben ondertekend? Ze komen hier om veiligheid en perspectief op een leefbare toekomst te vinden. Je kunt muren en versperringen bouwen, maar als je op het huidige niveau handel wilt blijven drijven en samenwerking met andere landen in stand wilt houden, dan kun je geen ijzeren gordijn met mijnenvelden en schietinstructies invoeren.

Je kunt migratie wellicht tijdelijk wat afremmen, maar in de loop van de geschiedenis is het stilleggen ervan door dit soort maatregelen nog nooit gelukt.

Wat dan met de door onder meer deze politici zo geprezen ‘opvang in de regio’? Zoals bekend blijft veruit het grootste aantal vluchtelingen nu al in de buurt van hun land van herkomst. Meestal in naargeestige en uitzichtloze kampen. Zouden ‘landen in de regio’ afgekocht kunnen worden? Geef ze enkele tientallen miljoenen als ze voor ons de vluchtelingen en de overige migranten tegenhouden, dat is de gedachte. Of die mensen daar dan veilig zijn, of hun kinderen er onderwijs kunnen krijgen en op den duur werk en een zelfstandig inkomen, of de plaatselijke bevolking ze accepteert – dat is in veruit de meeste gevallen volstrekt onduidelijk en soms zelfs onwaarschijnlijk. Op die manier creëer je alweer een volgend probleem, waarvan toenemende migratie opnieuw een aspect zal zijn.

Nogmaals – zij het met forse tegenzin – me verplaatsend in de wereld van mensen als Buma en Zijlstra, heeft de afschaffing van het Vluchtelingenverdrag ook in hun perspectief vervelende gevolgen. Immers, iemand die hier asiel zoekt, meldt zich bij de autoriteiten, die de identiteit van de asielzoeker kunnen vaststellen en hem of haar grondig kunnen interviewen. Men weet dan min of meer wat voor vlees men in de kuip heeft en kan een beslissing nemen over al dan niet voortgezet verblijf. Als de mogelijkheid om hier om bescherming te vragen wordt weggenomen, zullen migranten zich meteen voegen bij de groeiende groep ‘ongedocumenteerde migranten’, zwart werk gaan doen en op den duur in bepaalde sectoren (de bouw, de huishoudelijke hulp, de schoonmaaksector) onmisbaar zijn. Wie wil zien hoe snel en breed zich dat kan ontwikkelen, raad ik aan om eens te gaan kijken in Californië. Het uitzetten van migranten zonder papieren, zo realiseert men zich daar, zou de economie grote schade berokkenen. Een grote legalisatie-actie om de zoveel jaar is dan de enige uitweg.

Mede-oprichter van de Vereniging VluchtelingenWerk Nederland.
Alle artikelen

Reactie toevoegen