22 dec 2017

De wereld heeft zorgrobots nodig

Waar blijft de steun van politici?

Foto door Johan Hoorn ©

Door vergrijzing en ontgroening komt de zorg handen tekort. Zorgrobots zijn de oplossing. De kwaliteit van de zorg is erbij gebaat. Politici moeten lef tonen en de verdere ontwikkeling van zorgrobots stimuleren.1

Wie de demografische rapporten van de Verenigde Naties bekijkt, kan er bijna niet omheen: de wereldbevolking vergrijst in toenemende mate. Ouderen maken een steeds groter deel uit van de totale bevolking, mede doordat onze levensverwachting structureel toe lijkt te nemen en het geboortecijfer al jaren daalt. Omdat ouderen, net als jonge kinderen, relatief veel zorg behoeven, leidt de vergrijzing tot een toename in de vraag naar zorg, zowel cure als care. Om in deze groeiende vraag te voorzien, beperken overheden zich vooralsnog tot voorstellen die meer zorgwerkers moeten trekken (zie het stimuleren van immigratie in Duitsland) en zorgtaken van zorginstellingen naar de eigen omgeving moeten verplaatsen (zie de pleidooien voor een participatiesamenleving in Nederland). Hoewel deze voorstellen onderdeel kunnen zijn van de oplossing, zijn zij simpelweg ontoereikend. De mogelijke oplossing? Zorgrobots.

Dat de relatieve toename van het aantal ouderen geen kleine, tijdelijke fluctuatie is, blijkt wel uit de statistieken. Momenteel maken mensen van 60 jaar en ouder ongeveer 13% uit van de wereldbevolking, wat zich vertaalt in grofweg 7 potentiële werkenden per oudere.2 Volgens schattingen van de VN zal het percentage 60-plussers in 2050 toegenomen zijn tot 32%, waarbij er nog slechts 3 potentiële werkenden over zijn per oudere. In de meeste westerse landen is de verhouding tussen potentiële arbeidskrachten en gepensioneerden nog lager; in Nederland is deze bijvoorbeeld momenteel slechts 3 op 1, en in 2050 nog maar 2 op 1. Deze ontwikkelingen leiden ook tot een structurele toename van het aantal klachten gerelateerd aan ouderdom, zoals hart- en vaatziekten, dementie, beperkte mobiliteit, sommige vormen van kanker, en - vaak onderbelicht - eenzaamheid. Het aantal mensen dat gepaste zorg kan bieden, en de emotionele en financiële lasten ervan kan dragen, blijft echter gelijk, of neemt in sommige gevallen zelfs af.

Werkdruk verlagen

Dat robots nog niet op grote schaal worden ingezet in de zorg komt vooral doordat bestuurders en politici zich teveel laten leiden door mogelijke risico’s. Hierdoor blijven de vele voordelen van zorgrobots onderbelicht. Zo kunnen ze de werkdruk voor zorgend personeel en mantelzorgers verlagen, door de zware, saaie taken over te nemen. Verzorgers kunnen zich dan richten op het sociale deel van hun zorgtaken, waardoor de kwaliteit van de zorg verbetert, verzorgers meer voldoening en plezier uit hun bezigheden halen en mantelzorgers meer tijd overhouden om desgewenst naast hun zorgtaken te werken. Managers kunnen met zorgrobots de productiviteit in de zorg verhogen, terwijl ze door het verlagen van de werkdruk ook het menselijk verzuim kunnen terugdringen. Ouderen krijgen dus betere zorg, met name omdat er meer tijd en ruimte is voor sociale interactie met de mensen om hen heen. Dat zorgbestuurders en politici desondanks vooral oog hebben voor de mogelijke risico’s, komt voort uit risicoaversie en angst voor een gebrek aan draagvlak bij respectievelijk aandeelhouders en kiezers. Beleidsmakers zien het nemen van vooruitstrevende, gedurfde beslissingen als een risico, en volgen liever anderen dan dat ze op eigen initiatief de leiding nemen.

Zorgrobots kunnen de werkdruk voor zorgend personeel en mantelzorgers verlagen, door de zware, saaie taken over te nemen

 

De tijd is nu rijp voor het tonen van lef en het nemen van risico’s. Overheden moeten een voortrekkersrol spelen bij het faciliteren en stimuleren van de verdere ontwikkeling van zorgrobots. De rol van de overheid is in twee opzichten essentieel: enerzijds voor de financiering van onderzoek, anderzijds voor het scheppen van flexibele wet- en regelgeving die het testen van zorgrobots vergemakkelijkt.

Sociale interactie

Momenteel wordt voor de verzorging van ouderen ingespeeld op empathie en solidariteit. Aan de ene kant wordt steeds meer verwacht dat ouderen uit solidariteit opgevangen worden in hun eigen sociale omgeving, aan de andere kant worden zorgrobots juist gezien als een niet-solidaire oplossing, omdat ze werkloosheid in de hand zouden werken. Hoewel dit verlangen naar menselijke solidariteit oprecht is, is de angst voor het verlies van banen ongegrond: op lange termijn wordt de zorgvraag zo groot, dat deze onmogelijk met mensen in te vullen is. Door een voortrekkersrol te spelen bij het ontwikkelen van zorgrobots, kunnen politici en bestuurders dit proces bovendien sturen. Door zorgrobots te ontwerpen die het bestaande personeel ondersteunen en niet vervangen, worden zowel oude banen beschermd als nieuwe banen gecreëerd (bijvoorbeeld voor robotmonteurs).

De discussie over empathie en solidariteit geeft ook een vertekend beeld van de werkelijkheid, aangezien de tegenstelling tussen mensen en robots op sommige vlakken kleiner is dan men zou denken. Onderzoeken wijzen uit dat mensen al een band op kunnen bouwen met een robot als deze uitnodigt tot reageren, beleefd en bescheiden is, en in zekere mate schattig overkomt. Zelfs als de zorgrobot een beperkte sociale capaciteit heeft, vergelijkbaar met een klein kind of een huisdier, zijn gebruikers in staat om allerlei sociale, menselijke kwaliteiten op hem te projecteren.

Het ontwikkelen van een zorgrobot die aan deze minimale eisen voldoet, is technologisch gezien op dit moment al binnen handbereik; de grote uitdaging zit hem in het ontwikkelen van een robot die autonoom met gebruikers kan communiceren. De software voor dit proces is voornamelijk ontoereikend op het gebied van het oppikken van signalen (geluiden en bewegingen) en het produceren van context-relevante zinnen en gezichtsuitdrukkingen. De toepassing van kunstmatige intelligentie zou het verbeteren van deze software een stuk gemakkelijker maken, ware het niet dat onderzoekers vaak geen toegang hebben tot de benodigde geavanceerde technologieën. Die zijn nogal eens in handen zijn van grote bedrijven zoals IBM en Google, die bescherming van hun eigendommen belangrijker vinden dan een maatschappelijk probleem oplossen.

Sceptici stellen vaak dat bovenstaande rol ook vervuld kan worden door een willekeurig apparaat (zoals een smartphone) met communicatiesoftware, maar niets is minder waar. Voor de beoogde sociale interactie (niet alleen met ouderen) is het uiterlijk van de zorgrobot bepalend. Gebruikers projecteren namelijk veel gemakkelijker sociale eigenschappen op robots als deze een mensachtige vorm hebben.

Het inzetten van zelflerende software moet niet gezien worden als een bedreiging. Elke techniek kan gebruikt worden om er kwaad mee te doen. Maar dat hoeft niet. We kunnen de software van zorgrobots zo ontwerpen dat kwaad doen wordt bemoeilijkt en we kunnen onszelf in de hand houden door er geen kwaad mee te doen. Dat is een kwestie van opvoeding, zelfbeheersing en wet- en regelgeving.

Acceptatie

Omdat de technologie nog in de kinderschoenen staat, wordt er veel onderzoek gedaan naar de interactie tussen zorgrobots en ouderen. De documentaire ‘Ik ben Alice’ toont bijvoorbeeld een onderzoek naar het effect van zorgrobots op eenzaamheid onder ouderen. We zien hoe zorgrobot Alice communiceert met drie alleenstaande vrouwen van boven de 80 jaar, zowel in het laboratorium als bij de vrouwen thuis. In de gecontroleerde omgeving van het laboratorium functioneert Alice bijna volledig autonoom, terwijl de zorgrobot bij de vrouwen thuis afhankelijk was van de tekstuele input van de onderzoekers. Waar de vrouwen in het laboratorium niet erg enthousiast zijn over Alice, vanwege haar beperkte gespreksstof en het stellen van gesloten vragen, voelen ze zich thuis vrij om van alles en nog wat te bespreken en te doen met Alice (van kinderfoto’s bekijken tot zingen en samen een voetbalwedstrijd kijken). Dit bevestigt de noodzaak van het verder ontwikkelen van de gesprekssoftware: met betere software (en dat hoeft niet eens heel geavanceerde artificial intelligence te zijn) zou Alice ook bij de vrouwen thuis bijna volledig autonoom kunnen functioneren.

Toekomstige ouderen staan open voor het gebruik van zorgrobots

 

Behalve naar directe interactie, zoals in bovengenoemd voorbeeld, wordt er ook onderzoek gedaan naar de houding van ouderen ten opzichte van zorgrobots. Een onderzoek dat ik samen met Eva N. Wijker verrichtte onder 128 ‘toekomstige ouderen’ - mensen tussen de 50 en 65 jaar oud - wijst uit dat zij, na het zien van beelden, openstaan voor het gebruik van zorgrobots. Ze vinden de getoonde zorgrobot betrouwbaar en zijn positief over zijn capaciteiten. De meest interessante bevinding uit dit onderzoek is echter dat ouderen meer sociale binding voelen met een zorgrobot als bewegingscoach dan als gezelschap. Wellicht zien mensen de gezelschapsrobot als een bevestiging van hun eigen toekomstige eenzaamheid, wat hun houding negatief beïnvloedt. Bij de introductie van een gezelschapsrobot bij sociaal geïsoleerde mensen is het dus zaak om de robot te laten helpen bij bewegingsoefeningen, waarna gaandeweg de gezelschapsfunctie de overhand neemt, terwijl de gebruiker niet het gevoel heeft dat het daar nu om ging.

Privacy en zorgkwaliteit

Omdat er nog geen strakke richtlijnen zijn voor het ontwerp van zorgrobots, is het essentieel dat we juist nu samen bedenken hoe we willen dat zij functioneren. Met name op het gebied van privacy kunnen de belangen van toekomstige gebruikers en ontwikkelaars (Google, Amazon, IBM) sterk uiteenlopen. Als combinatie van persoonlijke assistent en verzorger krijgt een zorgrobot toegang tot een grote hoeveelheid gevoelige informatie, over zaken als gezondheid, sociale contacten en dagelijkse bezigheden. Om ervoor te zorgen dat deze informatie niet ongewenst bij derden terechtkomt, is het essentieel dat een zorgrobot deze informatie afgeschermd kan bewaren en verwerken, het liefst lokaal.

Omgekeerd kunnen we zorgrobots ook juist zo ontwerpen dat sommigen, zoals mantelzorgers of de huisarts, wel toegang krijgen tot bepaalde informatie, als dat het zorgproces ten goede komt. Zo kan een zorgrobot automatisch derden op de hoogte stellen op het moment dat de gebruiker bijvoorbeeld voorgeschreven medicijnen niet slikt, of tekenen van beginnende dementie vertoont. Dat privacy en zorgkwaliteit hier op gespannen voet kunnen staan, maakt des te meer duidelijk dat we nu de discussie hierover moeten voeren, voordat de beslissing door neo-liberale techbedrijven voor ons genomen wordt.

Publieke investeringen in de ontwikkeling van zorgrobots verdienen zichzelf terug door een vermindering van de zorgkosten. Momenteel kost het ongeveer € 2000,- per maand om een oudere te huisvesten met een lichte vorm van verzorging. Als we in staat zouden zijn om 200 ouderen 6 maanden langer op zichzelf te laten wonen, scheelt dat ongeveer € 2,5 miljoen. Dat bedrag volstaat voor het ontwikkelen van een eerste zorgrobot die op eenvoudige wijze autonoom kan kletsen met een cliënt.

Zorgrobots verlagen de werkdruk voor verzorgers en verhogen de kwaliteit van de zorg. Ze vormen de enige verantwoordelijke manier om de zorg in een vergrijzende wereld betaalbaar te houden. Beleidsmakers kunnen de doorbraak van zorgrobots stimuleren door net genoeg kapitaal te verschaffen tijdens de ontwikkelfase (dus niet alleen aan het begin) en flexibele regelgeving te creëren voor de testfase. Zij kunnen ook de angsten van kiezers wegnemen door die ontwikkelaars te faciliteren die robots bouwen samen met het grote publiek (‘citizen science’). Op die manier wordt er aantoonbaar rekening gehouden met de banen van zorgwerkers en de privacy van ouderen. Het schort de meeste beleidsmakers slechts aan lef. Waar blijven de politici die leiderschap tonen?

Lees hier een uitgebreider (Engelstalig) pleidooi van Johan Hoorn voor zorgrobots.

De documentaire ‘Ik ben Alice’ van Sander Burger en Janneke Doolaard uit 2015, over drie alleenstaande vrouwen van boven de 80 die gezelschap krijgen van zorgrobot Alice. Johan Hoorn is de bedenker van Alice.

Op 2 februari organiseren Bureau de Helling en de Eerste Kamerfractie van GroenLinks de conferentie Kan technologie ook links zijn? in de plenaire zaal van de Eerste Kamer. Onder meer Karina Kuperus (KPMG) en Melanie Peters (Rathenau Instituut) zullen er spreken over zorgrobots. Klik hier voor programma en aanmelding.

Voetnoten 

1. Dit artikel is een samenvatting van Johan Hoorn (2017) ‘Mechanical Empathy Seems Too Risky. Will Policymakers Transcend Inertia and Choose for Robot Care? The World Needs It’, in: George Dekoulis (ed.) Robotics - Legal, Ethical and Socioeconomic Impacts, InTech, Londen/Rijeka. Dank aan Dirk van Hoorn voor zijn hulp bij de vertaling en samenvatting.

2. Het aantal potentiële werkenden per oudere, de zogeheten support ratio, maakt een onderscheid puur op leeftijd; tot de potentiële beroepsbevolking behoren alle mensen tussen de 20 en de 65 jaar, ouderen zijn alle mensen van 65 jaar en ouder. Omdat de beroepsbevolking in werkelijkheid kleiner is, kan men logischerwijs stellen dat de reële support ratio lager is, en het probleem dus nog nijpender.

Onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam en hoogleraar Sociale Robotica aan Hong Kong Polytechnic University.
Alle artikelen

Reactie toevoegen