26 jan 2017

Geo-engineering en onze verantwoordelijkheid in het Antropoceen

Interview met Christopher J. Preston

Klimaatonderhandelingen worstelen met politieke traagheid. Dit terwijl klimaatverandering vraagt om daadkrachtige maatregelen. Onder veel wetenschappers en politici wordt de roep om geo-engineering ondertussen steeds groter. Maar in het Antropoceen heeft deze technologie radicale gevolgen voor de natuur én samenleving. Hoe kunnen we met elkaar, zowel globaal als lokaal, waken voor de gevaren en afspraken maken voor een eerlijke toekomst? 

Na de internationale klimaatconferentie (COP15) in Kopenhagen in 2009 was de politieke teleurstelling groot. In de klimaatonderhandelingen nadien is er onder wetenschappers en beleidsmakers steeds meer aandacht voor geo-engineering als een grote oplossing voor een groot probleem. ‘Deze snelle toename van interesse in geo-engineering als oplossing voor klimaatverandering vraagt om een duidelijke milieuethiek’, waarschuwt Christopher J. Preston, hoogleraar milieufilosofie aan de University of Montana en tijdelijk werkzaam als visiting fellow aan de Vrije Universiteit Amsterdam.  

Geo-engineering - ook wel klimaatengineering genoemd - is het bewust inzetten van grootschalige technologieën die ingrijpen op de natuurlijke processen van de Aarde om klimaatverandering tegen te gaan. Een voorbeeld van geo-engineering is ijzerbemesting van de oceanen om algengroei te stimuleren om zo de opname van CO2 te vergroten. Een andere techniek is het stimuleren van wolkvorming door waterstofsulfide in de wolken te sproeien om het weerkaatsingsvermogen te vergroten en zo de zonnestraling te reguleren. Preston: ‘Dit soort toepassingen van grootschalige technologie brengt veel onzekerheid met zich mee. De gevolgen zullen omvangrijk zijn, zowel ecologisch en technologisch als op economisch, politiek, juridisch en ethisch vlak. Dit vraagt om een heel nieuw soort verantwoordelijkheid.’

‘De gevolgen van geo-engineering voor de weerpatronen zullen hoogstwaarschijnlijk oneerlijk uitpakken'

 

Volgens Preston is het cruciaal dat er morele overwegingen aan het debat over geo-engineering worden toegevoegd om deze nieuwe verantwoordelijkheid te kunnen definiëren.  Alleen zo kan voorkomen worden dat we ons onttrekken aan de sociaal-politieke verantwoordelijkheden die schuil gaan achter nieuwe technologische ontwikkelingen.

Morele en politieke verantwoordelijkheid

‘De gevolgen van geo-engineering voor de weerpatronen zijn onvoorspelbaar en zullen hoogstwaarschijnlijk oneerlijk uitpakken. Dat geldt straks ook voor wie de lasten moeten dragen en wie de lusten verkrijgen. Mocht het zover komen, dan moeten we ervoor zorgen dat we zo democratisch mogelijk omgaan met deze technologie. Onze toekomst ligt dan namelijk in de handen van een kleine groep mensen die de kennis en het geld bezit om de macht over deze technologieën uit te oefenen. Op basis van rationele overwegingen en een technocratisch beleid bepalen zij welke technologieën in onze behoeften kunnen voorzien’, legt Preston uit. 

‘Maar de keuzes over wat wenselijk is zijn veel te complex om ze aan zo’n kleine groep machthebbers over te laten. Ze moeten worden ingebed in een economische, sociaal-culturele en ecologische context. Doen we dit niet, dan geeft geo-engineering potentieel veel politieke onrust. Zeker als we niet eerst met z’n alleen een antwoord op de vraag hebben geformuleerd of de mens überhaupt wel gelegitimeerd is om zulke radicale veranderingen in de natuur teweeg te brengen.’

De verantwoordelijk voor de natuur

Volgens Preston moeten we allereerst stilstaan bij de onderliggende vraag wat de waarde van de natuur en de mens is en hoe deze twee in relatie tot elkaar staan. ‘John Stuart Mill karakteriseerde natuur als de wieg van onze gedachten en ambities. De natuur is de omgeving waarin de mens is ingebed en waar we leren om te leven. Het is de achtergrond waartegen we ons leven maken. Op het moment dat we geo-engineering gaan toepassen, veranderen we deze achtergrond.’

‘Met geo-engineering wordt het lot van de mens in handen gelegd van een technocratische elite'

 

‘De uitdaging van het Antropoceen – Het Tijdperk van de Mens - is om na te denken over wat we willen behouden uit het verleden. Als we niets doen, gaat het verleden verloren. Ook geo-engineering gaat ons de natuur niet teruggeven, maar is juist het begin van het Plastoceen: een wereld waarin van onze natuurlijke omgeving niets meer over is. Ik sta sceptisch tegenover het idee dat deze synthetische wereld wenselijk is. In plaats van een plastisch, technocratisch tijdperk moet het een democratisch tijdperk worden. Eén waarin we met elkaar bepalen hoe de natuur een plaats behoudt in onze samenleving. Dit geldt nog meer op het moment dat we in een synthetische wereld leven.’ 

Democratische verantwoordelijk van iedereen

Daarom pleit Preston voor een democratisch dialoog waarin ‘brede, rijke ervaringen’ het debat leiden. Zonder kosten-batenanalyse bepalen wat we waardevol vinden, wat we niet kwijt willen. Een dialoog gevoed door culturele diepgang, te vinden in waarden, sentiment en gemeenschap, en die zich bijvoorbeeld uit in literatuur en poëzie. Het zijn deze componenten die ons moeten leiden bij de beslissing wat de toekomst is die we willen.

‘Om hier ideeën over te ontwikkelen en de toekomst zelf in handen te nemen, moeten we actie ondernemen. Niet wachten tot alles in mondiale akkoorden is gegoten. De ‘democratische dialogen met rijke ervaringen’ zijn het best te realiseren op lokaal niveau. Een goede eerste stap is dat degenen die al bezig zijn met onderzoek naar het Antropoceen brede, lokale discussiegroepen opzetten rondom een specifiek thema’, stelt Preston voor. 

De macht van geo-engineering

‘Technologie biedt niet simpelweg een oplossing voor een complex probleem. Het kan uitgroeien tot een instrument van macht over cultuur en natuur’, besluit Preston. ‘Met geo-engineering moeten we waken dat ons lot in handen wordt gelegd van een technocratische elite die bepaalt wat ‘het goede’ is voor de mensheid. De natuur wordt gereduceerd tot een object die in dienst staat van de mens.’ De les van Preston: om te voorkomen dat handelen in het Antropoceen de morele en politieke verantwoordelijkheid van de mens mystificeert, moeten we kritisch staan tegenover geo-engineering als neutrale en sublieme oplossing. We moeten ervoor waken dat grootschalige technologieën - gecoördineerd door centraal beleid - de norm worden. Op decentraal niveau moet er ruimte blijven voor zeggenschap, maar moet er ook meer verantwoordelijkheid worden genomen om met elkaar tot nieuwe ideeën over grote problemen te komen. Alleen zo kunnen we recht doen aan de grote verantwoordelijkheid die we dragen om te behouden wat voor ons allemaal van waarde is.

Lees ook: De belangrijke rol van de politiek in het Antropoceen, een interview met Philip Pattberg

Sociaal wetenschapper. Stagiair Bureau de Helling.
Alle artikelen