7 dec 2012

Olie op het vuur

Over autoriteit in Israël

'Ga je naar Israël? Maar waarom? Israëli's zijn eikels!' Zo luidde het oordeel van vrienden, toen ik mijn land van bestemming aankondigde. Ik had nog nooit een Israëli ontmoet, ik kon er niks over zeggen. 

Ik stapte het vliegtuig in en landde in Tel Aviv, de stad die door het volk wordt gezien als de hoofdstad. Het bleek er hip en ogenschijnlijk zorgeloos. Een stad waar mensen dag en nacht met hun vrienden en trouwe viervoeters in cafe's doorbrengen, jongeren met hun surfboards de golven verkennen, en homo's hand in hand over de boulevard paraderen. Geen kans om te verdwalen, omdat er altijd iemand te hulp schiet. In de officiële hoofdstad Jeruzalem ging dit er niet anders aan toe. Alleen waren het daar geen schaars geklede, trendy mensen die mij van straat naar straat brachten, maar moslims en orthodoxe joden.

Landverrader

In Israël is ruim drie kwart van de inwoners Joods. Als je permanent naar Israël wil emigreren, kan dat, maar alleen als je de Joodse etniciteit hebt of met rabbinale toestemming bent overgegaan op het geloof. In dat geval ben je welkom en krijg je de eerste paar jaar nog zakgeld van de regering ook. 'We worden door Europa gezien als racisten,' zegt de 22 jaar oude Hagar vol frustratie. Ze heeft gemengde gevoelens over haar vaderland. Ze kan begrijpen hoe standpunten zijn ontstaan, maar ze is activiste tegen het huidige bewind. 'Ik wil mijn land niet verdedigen want ik ben het niet eens met de cultuur, maar het is ontstaan vanuit een gecompliceerde geschiedenis. Na de Tweede Wereldoorlog zijn veel Joden naar Israël geëmigreerd. Mijn grootvader maakte de Holocaust mee in Polen. Hij trok naar het beloofde land waar alle Joden welkom zouden zijn, maar ook hier voelt hij zich niet gewenst. Hij, met vele anderen, is bang dat het Joodse volk vernietigd wordt, zodra we stoppen met investeren in militie.'

Israël is het meest gemilitariseerde land ter wereld. Zodra jongeren 18 zijn, worden ze verplicht het leger in gestuurd. Meisjes dienen minimaal twee jaar en jongens drie. Alle jongeren die ik spreek, hebben verhalen over de tijd dat ze werden opgeroepen. Toen Hagar 17 was, moest ze langs komen voor de keuring die zou bepalen welke functie zij het opvolgend jaar zou krijgen. 'Als kind keek ik uit naar mijn diensttijd. Ik droomde ervan om piloot te worden, en ik fantaseerde dat ik, in de voetsporen van mijn ouders, op de legerbasis mijn liefde zou ontmoeten.' Die dromen trok Hagar in twijfel toen de oproep op de deurmat viel. Ze was tegen vechten en wilde daarom niet dienen. Helaas is idealisme geen geldig argument om onder het leger uit te komen, ze vertelt mij verhalen van mensen die als gevolg daarvan in de gevangenis zijn beland. 'Ik heb het geluk dat ik altijd erg mager ben geweest. Toen ik voor mijn medische controle ging, heb gedaan alsof ik anorexia had. Ik werd afgekeurd, omdat ik psychisch niet sterk zou zijn. Ik ben nog steeds blij met mijn keuze en mijn ouders en naaste familie accepteren mijn dienstweigering, maar andere familieleden noemen mij een landverrader.'

Propaganda

Yaara ging wel het leger in. Uit het profiel wat ze van haar maakten, werd geconstateerd dat zij een goede docent zou zijn. Twee jaar lang instrueerde ze militairen hoe ze met tanks moesten werken. Als ik naar haar kijk, kan ik het mij moeilijk inbeelden. Zo'n liefdevolle vrouw, toen een meisje, in een militaire aanvalswagen? De jaren op de basis omschrijft ze als een gezellige periode met leeftijdsgenoten. 'De trainingen voelde alsof ik mensen een computerspel uitlegde, als je jong bent dan zie je niet het hele plaatje. Pas een jaar nadat ik uit het leger was, realiseerde ik mij dat ik mensen had opgeleid om te moorden. Ik weet het moment nog goed, een soldaat belde op dat zijn basis in het noorden was aangevallen. Hij zei dat hij aan mij had gedacht toen hij mensen beschoot en hij wilde mij bedanken voor zijn training. Ik voelde mij opgelaten en kwaad dat ik zo blind was geweest, ik voelde mij bedrogen.'

Inmiddels is ze 31 en doceert ze filmtheorie, aan de Universiteit van Tel Aviv. Ze kijkt kritisch terug op haar jeugd en het schoolsysteem. Ze vertelt dat middelbare scholen van de overheid meer budget krijgen als een hoog percentage afgestudeerde jongeren het leger in komt. 'Officieren kwamen vroeger langs om propaganda te maken, geschiedenislessen waren eenzijdig, en er waren schoolreisjes naar de legerbasis, waar ik voor het eerst een geweer afschoot. Ik huilde toen ik de trekker overhaalde, maar ik vond dat ik mij aanstelde. Ik voelde een druk om sterk te zijn.' Als ik vraag of ze kinderen wil, twijfelt ze. 'Ik wil niet dat ze opgroeien in een land dat zoveel investeert in oorlog. Er is hier geen vertrouwen en geen hoop, we worden vanaf de basisschool opgeleid om de andere kant als vijand te zien.'

Buitengesloten

Jad is 23 en kerngezond, maar hij is nooit opgeroepen voor het leger. Samen met de grote minderheid van 20,5% van de totale bevolking in Israël, is hij is Arabier, en wordt daarom niet gerekruteerd. 'Toen ik geen brief ontving, voelde ik mij afgewezen.Ik wilde niet vechten tegen mijn Palestijnse verwanten, maar vond het toch kwetsend om binnen mijn eigen land te worden buitengesloten. De diensttijd is belangrijk in onze samenleving, mensen praten er voortdurend over en je functie in het leger brengt je verder in je carrière. Maar ik ben geen onderdeel van de collectieve ervaring.' Als kind had Jad les op een Arabisch-Christelijke school in Jaffa, een van oorsprong Arabische stad ten zuiden van Tel Aviv, waar hij opgroeide in een buurt met gemengde etniciteit. 'De periode dat mijn vrienden in het leger zaten, was helemaal niet leuk. Het leek alsof ze langzaam bezeten raakten van oorlog. Sommigen kregen een hekel aan Arabieren, waardoor vriendschappen kapot gingen. En nog steeds verlies ik vrienden, zodra de spanning in mijn land stijgt.' Jad heeft het gevoel dat hij tussen twee partijen in staat, hij is tegen Hamas en tegen de regering. Hij wil het liefste dat iedereen in vrede op hetzelfde land verder leeft, maar hij denkt dat de overheid van hem af wil. 'Hoe kan ik mij thuis voelen in een land waarin alleen de vlag al, met het Joodse symbool, mij buitensluit?'

Een politieke zet

In november dit jaar loopt de spanning in Israël weer op. Jad wordt bang van de sfeer op straat. 'De discriminatie wordt erger, in tijden van oorlog willen mensen laten zien dat ze de baas zijn. Ik denk dat de regering, met de aanval op Gaza, haar macht wil vertonen.' Als Yaara op 16 november haar klaslokaal binnenloopt, zitten er alleen nog maar meisjes in de schoolbanken. Een van haar studenten was al absent, maar vandaag zijn ook de andere jongens opgeroepen om te vechten tegen Gaza. Het tafereel doet haar denken aan de dag dat zij als student een les in Jeruzalem binnenstapte, en de Gaza-oorlog: Operatie Gegoten Lood begon. 'Ik had dit in september al voorspeld,' zegt Yaara. 'De laatste oorlog die wij meemaakten, was ook vlak voor de verkiezingen. Ik denk dat het een politieke zet is. Als er oorlog is, dan wordt beveiliging de belangrijkste prioriteit van het volk. De rechtse, heersende politieke partijen profiteren daarvan en krijgen meer kiezers.' De jongens zijn snel weer terug uit Gaza, maar de sfeer is geladen. Hagar vindt dat Israël minder moet investeren in beveiliging. Ze maakt zich zorgen om de steeds radicaler wordende rechtse regering. 'Ze hebben connecties in de media, en propageren de angst voor de Holocaust. Mensen zijn bang, en de regering blijft die angst maar voeden.'

Proosten op vriendschap

Als ik naar de inwoners van Israel kijk, zie ik geen verschil tussen Joden en Arabieren. 'Je kunt het ook niet zien,' zegt Yaara, 'je hoort het alleen aan de taal die mensen spreken.' Mijn laatste avond proosten we op vriendschap, in een utopisch café in Jaffa, waar de bezoekers gemengd zijn. De barman schenkt, op zijn kosten, nog een extra shot voor ons in en proost met ons mee. De volgende dag op het vliegveld verdwijnt mijn optimistische roes, wanneer ik de autoriteiten onder ogen kom. Opgelaten kijk ik toe hoe een beveiliger elke vierkante millimeter van mijn tas onderzoekt en de complete inhoud afborstelt, terwijl zijn vrouwelijke collega een vragenvuur op mij los laat. 'Wat kwam je hier doen? Waar ben je geweest? Ken je mensen in Israël? Zijn dat echt de enige plaatsten die je hebt bezocht?' Op aanraden van de lokale bevolking lieg ik dat ik alleen in de twee grootste steden ben geweest. Ze kijkt mij achterdochtig aan. 'Laat je ID eens zien.' Ze verdwijnt met mijn paspoort en ik focus op de volgende beveiliger, die zich met mijn kaartlezer bezig houdt. Als ik vraag wat hij zoekt, geeft hij geen antwoord. Het duurt drie uur om door de beveligingscontrole heen te komen. Je zou er bijna angstig van worden. 

Voetnoten 

De foto's zijn gemaakt door Daphne Kuilman

Fotograaf, afgestudeerd aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht.
Alle artikelen