19 mei 2017

Regionale hubs voor bioraffinage

Verslag van workshop tijdens symposium ‘Circulair met fosfaat’

Bioraffinage is het zodanig bewerken van organische reststromen dat alle componenten van de biomassa – inclusief nutriënten zoals fosfaat - de meest hoogwaardige toepassing krijgen. Hoe kunnen gemeenten bioraffinage stimuleren? Die vraag stond centraal in een workshop tijdens het symposium over fosfaatrecycling dat Bureau de Helling en Milieunetwerk GroenLinks op 12 mei organiseerden.

De workshop wordt ingeleid door Wouter de Buck. Hij is secretaris van het Nutrient Platform, een cross-sectoraal netwerk dat zich richt op het sluiten van de kringloop van nutriënten, de voedingsstoffen die onmisbaar zijn voor gewassen en voor gezonde lichaamsfuncties. Het platform heeft momenteel 36 leden: bedrijven, overheden en kennisinstellingen.

In zijn presentatie laat De Buck zien dat bioraffinage een centrale rol speelt in het streven naar een biobased economy. Dat is een economie die gebaseerd is op hernieuwbare en duurzame grondstoffen in plaats van op fossiele grondstoffen. Biomassa bevat veel waardevolle componenten, die nu vaak worden verspild. Met de technieken van bioraffinage kunnen deze componenten worden afgezonderd. Dan kunnen zij opnieuw worden gebruikt als ingrediënten voor voedingsproducten en als bouwstenen voor chemicaliën, materialen en energie. Onder de terug te winnen componenten vallen ook nutriënten zoals fosfaat.

Welke biomassa komt in aanmerking voor bioraffinage? Het kan gaan om gewassen, groene en houtige biomassa, om reststromen van het veld, om mest, om reststromen van productieprocessen en om afgedankte producten.

Voor bioraffinage dienen aanbod en vraag van organische reststromen bij elkaar te worden gebracht. Er moeten plekken worden gecreëerd waar organisch afval vanuit landbouw en veeteelt, vanuit de industrie en vanuit huishoudens wordt bijeengebracht en kan worden verwerkt tot bruikbare en verhandelbare producten. Zulke plekken zijn dus regionale ‘hubs’ voor bioraffinage.

De Buck haalt Amsterdam aan als voorbeeld: in het rapport Amsterdam Circulair, visie en routekaart voor de stad en regio uit 2015 werkt de hoofdstad onder andere een visie uit op een ‘circulaire organische reststroomketen’. Een van de bepleite strategieën is de ontwikkeling van een centrale hub voor bioraffinage. Daarnaast zou er ruimte zijn voor decentrale nutriëntenhubs.

Circulaire vrijzones

Aangezien vele aspecten van bioraffinage nog in een experimenteer- en ontwikkelstadium verkeren, is er volgens De Buck behoefte aan ‘circulaire vrijzones’, waar men de huidige wet- en regelgeving op het gebied van afvalstromen en -verwerking in een afgebakende setting buiten werking kan laten.

Een centrale vraag bij hubs voor bioraffinage is die naar de schaalgrootte: lokaal, regionaal of bovenregionaal? Die vraag speelt bij de aanvoer van de te verwerken biomassa: wordt alleen de lokale (regionale) biomassa verwerkt, of richt je je (mede) op de import van biomassa van elders? Dezelfde vraag speelt bij de afzet van de componenten die het resultaat zijn van de bioraffinage. Verwerk je die lokaal of zet je die breder af? En richt je je op een aantal specifieke producten of juist op een zo breed mogelijk scala aan producten?

Op welke schaal je ook zou willen werken, het is allereerst van belang om de verschillende stromen duidelijk in kaart te brengen. Daarover zijn de deelnemers aan de workshop het eens. Een gemeente zou in de vestigingsvoorwaarden voor bedrijven de voorwaarde kunnen opnemen van transparantie van afvalstromen, bijvoorbeeld middels een afval- of grondstoffenpaspoort. Daarnaast moet duidelijker worden welke grondstoffen bedrijven nodig hebben. Om aanbod en vraag bij elkaar te brengen zou een gemeente of regio een ‘grondstoffenmakelaar’ of een ‘ketenregisseur’ kunnen aanstellen.

Breng partijen bij elkaar, heb daarbij geduld, breng ook middelen in (waaronder subsidie) om partijen te verleiden mee te doen, zo is het devies. Christiaan Kuipers van Urgenda geeft het voorbeeld van Circulair Friesland, een samenwerkingsverband van provincie, gemeenten, waterschap, onderwijsinstellingen en bedrijven van velerlei aard. Hier worden ideeën uitgewerkt tot projecten; de resultaten van de projecten worden tijdens evenementen gedeeld en uitgedragen.

Dilemma’s

Er ligt een dilemma voor waterschappen en de huidige afvalverwerkende bedrijven, zo wordt geconstateerd: ontwikkelingen in de richting van regionale hubs voor bioraffinage maken de bestaande zuiverings- en verbrandingsinstallaties minder rendabel.

Een ander dilemma is dat bioraffinage die gebruikt maakt van afvalstoffen een afhankelijkheid schept van de aanvoer van afval. Het risico bestaat dat achterliggende problemen, zoals het overschot aan mest in Nederland als gevolg van de grote veestapel, in stand worden gehouden.

Een volgende dilemma betreft de regels voor afval en grondstoffen. Die regels zijn er niet voor niets: ze beogen volksgezondheid en milieu te beschermen. Maar om een hogere verwaarding van reststromen te stimuleren, moeten de regels juist flexibel gehanteerd worden. De Bucks voorstel voor circulaire vrijzones, waar bepaalde regels buiten toepassing worden gelaten om experimenten en innovaties te faciliteren, roept dan ook discussie op.

Overheden zullen terug moeten naar begrippen als sturing en planning, met name waar het gaat om ruimtegebruik en vestigingsbeleid. Belangrijk is ook de sociale component: creëer betrokkenheid onder burgers, bij boeren en bij kleinere bedrijven.

Aan het einde van de workshop formuleren de deelnemers een aantal aanbevelingen, met name gericht op gemeenten. Tijdens het slotdebat van het symposium worden de aanbevelingen nog aangescherpt. Ook twee van de besproken dilemma’s worden nogmaals onderstreept.

Aanbevelingen en dilemma’s1. Breng als gemeente in kaart welke organische reststromen (secundaire grondstoffenstromen) er zijn in de regio, bij welke bedrijven. Een grondstoffenpaspoort voor bedrijven kan daarbij een hulpmiddel zijn.2. Ga met omringende gemeenten, waterschappen en bedrijven met veel organische reststromen om tafel om een hub voor bioraffinage te onderzoeken. Nodig een gemeente uit die er al ervaring mee heeft. De rol van de gemeente is die van ketenregisseur.3. Maak gebruik van tijdelijk braakliggende terreinen om ruimte te bieden aan nieuwe circulaire ontwikkelingen.4. Overweeg circulaire vrijzones, waar experimenten en innovaties niet stuklopen op regels. Ga werken met modulaire systemen, kleine pilots, die ook mogen mislukken. Speel in op de Omgevingswet, die pilotgebieden en vrijzones mogelijk maakt.5. Dilemma Wet- en regelgeving beschermt volksgezondheid en milieu, maar er is flexibiliteit nodig in de regels om de omslag naar een circulaire economie te bevorderen.6. Dilemma Bioraffinage kan een afhankelijkheid van de aanvoer van ‘afval’ scheppen. Zo is dierlijke mest een interessante reststroom voor bioraffinage, maar mestverwerking kan bijdragen aan bestendiging van de intensieve veeteelt met zijn negatieve gevolgen voor o.a. waterkwaliteit. Op z’n minst zouden aan mestverwerking strikte voorwaarden moeten worden verbonden: verkleining van de veestapel, verbetering van dierenwelzijn (waaronder weidegang voor koeien), vermindering van schadelijke uitstoot en van overlast en gezondheidsrisico's voor mensen.

De presentatie van Wouter de Buck valt hier te downloaden.

Inleider Wouter de Buck en workshopvoorzitter Titia van Leeuwen

Internationaal jurist. Secretaris-penningmeester en campagneleider van GroenLinks Drenthe.
Alle artikelen

Reactie toevoegen