6 jan 2012

Revolutie met Recht

recensie

De ambitieuze advocaat Roger Cox schreef geen boek, maar een pleitnota. Het onderzoek naar peak oil en klimaatverandering is inmiddels zo overtuigend dat de Nederlandse staat juridisch gehouden is de energievoorzieningen te verduurzamen.

Niet de recent overleden Kim Jong-Il is verantwoordelijk geweest voor de hongersnood in Noord-Korea, maar het plotselinge einde van de goedkope olie die in de jaren vijftig en zestig vanuit de gelijkgestemde Sovjet-Unie het land binnenklotste. Toen de Sovjet-Unie in 1991 plotseling uiteenviel en de goedkope olie stokte, werden landbouwmachines, kunstmest en pesticiden onrendabel en moest het land weer met de hand bewerkt worden, met veel lagere landbouwopbrengsten als gevolg.

Geen boek maar een pleitnota

Het is een van de vele onverwachte voorbeelden die Roger Cox aanhaalt in Revolutie met Recht. Toch is Cox geen wetenschapper, politicus of filosoof, maar een ambitieuze advocaat. En hij heeft geen boek geschreven, maar een hele lange pleitnota - beginnend met de feiten en - als een advocaat betaamt - eindigend met een vordering.

Gelukkig is het geen droog juridisch verhaal geworden. Net als in een echte pleitnota presenteert Cox in een helder, gestructureerd verhaal eerst de feiten over de samenhang tussen energie en de groei van een beschaving. Hij doet dit door de lezer mee te nemen van het energiearme stenen tijdperk naar de hedendaagse olieintensieve en geglobaliseerde wereldeconomie. Onderweg staat Cox lang stil bij de relatie van energieoverschotten met de opkomst en ondergang van het Romeinse en Byzantijnse rijk, waarbij Joseph Tainter's these van diminishing returns on social complexity gebruikt wordt om aan te tonen dat stijgende energiekosten kunnen leiden tot ineenstorting van beschavingen. Daarna volgt een lange, fascinerende beschouwing over de wereld van de internationale oliepolitiek (die doet denken aan het recent verschenen The Quest (2011) van Daniel Yergin). Het is de geschiedenis achter peak oil die van belang is wanneer we willen begrijpen waarom de volgende 'olieschok' fundamenteler is dan die in de jaren zeventig: we hebben geen eigen noodvoorraden meer, er worden geen belangrijke makkelijk winbare bronnen ontdekt, Saoudi-Arabië lijkt te liegen over reserves. Peak oil - een permanent hogere vraag naar olie dan het aanbod - zal tot een constante hogere olieprijs leiden.

De boodschap aan het einde van het eerste hoofdstuk is dat goedkope olie de drijvende kracht achter onze geglobaliseerde, complexe maatschappij is - en dat we bij piekende olieproductie en stijgende prijzen onze luxe -van goedkoop vlees tot goedkoop vervoer - zullen verliezen. Politiek worden we afhankelijk van de ondemocratische regimes die op de grote olievoorraden zitten.

Stoomcursus klimaatverandering

Het tweede hoofdstuk van het boek werkt Cox aan een zogenaamde 'subsidiaire' lijn van zijn betoog: klimaatverandering. En opnieuw begint Cox bij de simpelste feiten: de wobbeling van de aardas, de relatie tussen koolstof in de atmosfeer en de temperatuur op aarde, de Keelingcurve, het effect van de opwarming van de aarde op - opnieuw wordt op heldere en toegankelijke wijze klimaatverandering en klimaatwetenschap op een verrassend begrijpelijke manier uitgelegd. Na deze cursus klimaatkunde - we zijn nu over de helft van het boek - komt de juridische aap uit de mouw: Cox komt tot de conclusie dat het laatste rapport van het International Panel on Climate Change (IPCC) zó goed doortimmerd is dat het als bewijsmateriaal kan dienen in de rechtszaal.

De impasse

Het derde hoofstuk toont op originele wijze aan hoe overheid en bedrijfsleven in een patstelling zijn geraakt. Multinationals zoals Shell worden vergeleken met Lionel Messi. Waarom vinden we het normaal dat de sterspeler van FC Barcelona alleen weggekocht kan worden door een andere voetbalclub, terwijl Shell - dat mede groot is geworden dankzij enorme investeringen van de Nederlandse overheid - van de een op de andere dag haar zetel naar een belastingparadijs kan verplaatsen als de regelgeving haar onwelgevallig is? Deze flexibiliteit van grote vervuilende ondernemingen weerhoudt regeringen van ingrijpen, terwijl het toch de overheid is die de infrastructuur voor een energietransitie zal moeten aanleggen. Net als auto's pas kunnen rijden op een wegennet dat door een overheid wordt aangelegd, redeneert Cox dat alleen de overheid een duurzame infrastructuur kan aanleggen die nodig is voor de komende oliekrimp. Want de eigenschappen van een toekomstige energievoorziening zijn onafhankelijkheid, flexibiliteit en redundantie - exact het tegenovergestelde van marktwerking, die tot schaalvergroting en afhankelijkheid van fossiele brandstoffen leidt. We moeten van een efficiënte economie naar een robuuste economie. Opnieuw werkt Cox toe naar een logische conclusie die voortbouwt op de eerste twee hoofdstukken. Omdat de naderende oliekrimp en klimaatverandering grootscheepse overheidsactie vereisen en het maatschappelijk bestel muurvast zit is de enige mogelijkheid die ons nog rest de rechtzaal. Naar analogie van het beroemde Nederlandse Kelderluikarrest, waarin de Hoge Raad 'kelderluikcriteria' vaststelde bouwt Cox vervolgs toe naar de vordering: het aansprakelijk stellen van de (Nederlandse) overheid voor gevaarzetting. Volgens Cox is er na zijn 'pleitnota' van 262 pagina's geen andere conclusie te trekken:

De bovenstaande feiten en omstandigheden ontnemen de westerse staten elk verweer om hun inactieve houding en gebrek aan resultaten inzake de energietransitie en de bescherming van de samenleving tegen de gevaren van klimaatverandering te rechtvaardigen: staten hebben een onderzoeksplicht, een vergaande waarschuwingsplichte en een plicht tot het nemen van rigoureuze maatregelen zodat de transitie naar een emissieloze economie nu eindelijk met de grootst mogelijke snelheid van de grond komt.

Ten slotte gaat Cox de juridische middelen na die aangewend kunnen worden - van Europese mensenrechten tot het internationaal strafrecht en weerlegt hij alle mogelijke bezwaren met verwijzingen naar jurisprudentie van Amerikaanse tot Europese rechters.  

De veroordeling van de staat?

Hoewel Cox een prachtige pleitnota heeft geschreven, is de kans dat het van een rechtszaak komt klein. Voor de grootte van de door te voeren veranderingen zal er namelijk begrip moeten zijn voor de ingrijpende wetswijzigingen onder de Nederlandse bevolking. Dit begrip is essentieel omdat recht pas gevolgd als we grosso modo het idee hebben dat het ook rechtvaardig is - kijk maar naar de weerstand tegen het rookverbod. Hoe we een energietransitie aan de man brengen staat bijvoorbeeld beschreven in De Energieke Samenleving van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) - maak de voordelen zichtbaar en tastbaar voor burgers. Verder moet de politiek - ik denk hier aan GroenLinks - steeds opnieuw een visie geven waarom het slim is dat Nederland duurzamer wordt. En dan, als we gewend zijn aan die ideëen en de voordelen en de noodzaak er van inzien, ja dan kan de overgang naar een duurzame economie van bovenop worden bezegeld. De rechtsgang die Cox beoogt is sympathiek, maar er moet eerst sympathie worden gewekt voor zijn ideëen.

Want het doorvoeren van een hoogst noodzakelijke maar controversiële agenda zal olie op het vuur zijn voor diegenen die nu al beweren dat de rechtelijke macht een gepolitiseerd instituut is. De grootste beleidsingreep in de geschiedenis van Nederland sinds de aanleg van de Deltawerken - de omschakeling naar een schone economie - via de rechterlijke macht afdwingen zou wel eens zo de legitimiteit van de rechterlijke macht kunnen ondergraven. Te veel partijen en burgers in Nederland zullen het ervaren als een coup van rechters, in plaats van onafhankelijk rechtspreken.

Cox heeft een zeer helder en gedegen betoog geschreven over de twee bedreigingen van ons rijke westerse leven: oliekrimp en klimaatverandering. Ook zijn analyse waarom overheid, burger en bedrijfsleven in een patstelling zijn beland, klopt. De originele juridische conclusie waar Cox dan uiteindelijk op aankoerst mag onrealistisch zijn, het voorafgaande betoog is dat niet. Het is de paradox van dit boek: pas als het kwaad geschied is, zal de rechter voldoende bewijsmateriaal hebben, en de burger voldoende sympathie, voor de vordering van Cox. 

Jurist en filosoof. Voormalig medewerker van Bureau de Helling.
Alle artikelen