3 minuten

Tijd voor veelkleurige voorschoolse opvang

Olga Abell en Marianne van Teunenbroek van Sardes, advies- en onderzoeksbureau voor onderwijs, kinderopvang, zorg en jeugd, reageerden afgelopen vrijdag in Trouw op het eerder verschenen opinieartikel van Bureau de Helling-medewerker Katinka Eikelenboom over segregatie onder peuters. Volgens hen is de tijd rijp voor de integratie van peuterspeelzaalwerk en de kinderopvang.

In het artikel 'Voorkom segregatie, zet jonge kinderen bij elkaar' schrijft Katinka Eikelenboom over haar ervaring met kinderopvang in een gemengde wijk (Podium, 18 oktober). Het kinderdagverblijf was tot haar verbazing helemaal geen kleurige afspiegeling van de diversiteit in haar buurt maar vooral een plaats waar autochtone ouders hun kroost brengen. Eikelenboom pleit ervoor peuters met verschillende achtergronden samen te laten spelen en leren. Zij heeft helemaal gelijk. De tijd is rijp voor integratie van peuterspeelzaalwerk en kinderopvang. Nu moet de overheid nog een stap maken.

Het huidige systeem van kinderopvang (oorspronkelijk voor opvang van kinderen van werkende ouders) en daarnaast peuterspeelzalen/voorscholen (gericht op het voorkomen van achterstanden) werkt segregatie in de hand. Kinderen met een risico op achterstand worden via het consultatiebureau doorgaans naar een peuterspeelzaal geleid.

Daar worden ze met programma's voor- en vroegschoolse educatie extra gestimuleerd in de ontwikkeling van basisvaardigheden (taal, rekenen, motoriek, sociale competentie, etc.). Het kinderdagverblijf heeft oorspronkelijk geen educatieve functie.

Op verschillende manieren wordt segregatie in de hand gewerkt. Ten eerste kunnen tweeverdieners na het zwangerschapsverlof alleen bij een kinderdagverblijf terecht. De peuterspeelzaal biedt pas dagdelen aan voor kinderen vanaf twee jaar, terwijl de kinderopvang hele dagen voor kinderen vanaf drie maanden aanbiedt.

Ten tweede verschillen de subsidieregelingen. Ouders van doelgroepkinderen maken met behulp van gemeentelijke subsidie tegen een laag tarief gebruik van de peuterspeelzaal.

Voor het kinderdagverblijf wordt een kinderopvangtoeslag uitgekeerd door het rijk, mits beide ouders werken. Omdat er relatief minder tweeverdieners zijn onder allochtone ouders, is plaatsing op een kinderdagverblijf voor hen meestal niet haalbaar.

Integratie van peuters met verschillende achtergronden in één voorziening is heel goed mogelijk. Peuterspeelzalen zijn niet langer de enige specialisten in voor- en vroegschoolse educatie. Ook kinderdagverblijven specialiseren zich tegenwoordig.

Er is wel enige politieke moed voor nodig om peuterspeelzaal en kinderdagverblijf te integreren. In een aantal Nederlandse gemeenten, zoals Den Bosch, zijn dergelijke initiatieven al van de grond gekomen. Landen om ons heen werken al jaren met één systeem.

In Engeland zijn er voorzieningen die werken met dagkernen. Een dagkern is een dagdeel waarop alle kinderen aanwezig zijn en waarbinnen de meeste ontwikkelingsstimulerende activiteiten plaatsvinden. Voor ouders die hun kind ook buiten de dagkern willen onderbrengen, geldt een marktconform tarief. De dagkern zelf is relatief goedkoop door subsidie van de gemeente, en daarmee betaalbaar voor alle ouders.

Kinderen groeien zo samen op en leren van elkaar in een rijke speel- en leeromgeving. Begeleid door pedagogisch medewerkers van niveau die (door scholing en een programmatische aanpak) in staat zijn de talenten van de kinderen te stimuleren en hen te helpen zich te ontwikkelen.

Of hoogopgeleide tweeverdieners hun kinderen daadwerkelijk op voorschoolse voorzieningen met gemengde groepen willen plaatsen, is nog maar de vraag (dat gebeurt op basisscholen ook niet). Maar zoals het er nu voor staat biedt de overheid daar überhaupt geen mogelijkheid toe. 

Dit artikel verscheen ook in Trouw 11 november 2011.

Gerelateerde artikelen