29 okt 2017

Wij de grondstoffen, zij de vervuiling?

Geef je mening over mijnbouw

Kopermijn in Zweden. Foto door Nmastrom. CC BY-SA 4.0

Europa moet meer grondstoffen uit eigen bodem halen, vindt de Europese Commissie. Is dat een heilloos plan, omdat mijnbouw een bedreiging vormt voor de Europese natuur? Of is het juist een loffelijk streven, omdat onze huidige import van grondstoffen andere landen opzadelt met de milieuschade? Daarover discussiëren de Europese Groenen eind november. Jouw mening is welkom.

De Europese industrie betrekt veel van haar grondstoffen uit andere werelddelen. Die importafhankelijkheid vormt een risico: bij onderbreking van de aanvoer, of sterke prijsstijgingen, kunnen bedrijven in problemen komen. Daarom heeft de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Europese Unie, de afgelopen tien jaar een grondstoffenbeleid opgetuigd. Dat is gericht op vrije handel in grondstoffen, op een zuiniger gebruik van grondstoffen en meer recycling, maar ook op het bevorderen van mijnbouw binnen de EU. We moet weer meer mineralen – vooral metaalertsen – gaan delven uit de eigen ondergrond, vindt de Commissie.

De Commissie kan zelf niet zomaar mijnen openen, of anderen daartoe opdracht geven. Daarom werkt zij samen met nationale regeringen, (mijnbouw)bedrijven, onderzoeksinstellingen en een handjevol NGO’s, in het European Innovation Partnership on Raw Materials. Een van de doelen van dat platform is het stimuleren van Europese mijnbouw. Zo worden binnen het platform voorstellen ontwikkeld die de mijnbouwsector een sterkere positie geven in de ruimtelijke ordening. Voor mijnbouw is immers land nodig. Er kan niet meer gegraven worden als er gebouwen staan op dat land, of unieke natuur. De EU zou ‘mineraalafzettingen van openbaar belang’ moeten aanwijzen, zo stelt het platform, op vergelijkbare wijze als zij nu natuurgebieden van Europees belang aanwijst.

Aantasting van natuurgebieden

Zweden heeft al een wet die mijnbouwers een claim geeft op de ruimte. Zelfs in dit dunbevolkte land leidt dat tot problemen, zo constateren de Zweedse Groenen: oneigenlijke beïnvloeding van planologische besluiten, willekeur en onvoorspelbare rechterlijke uitspraken. Daarom heeft Miljöpartiet de Gröna, de Zweedse groene (regerings)partij, een ontwerpresolutie voorgelegd aan de andere groene partijen in Europa. Die zullen hierover eind november in het Zweedse Karlstad discussiëren en stemmen, tijdens een bijeenkomst van de Europese Groene Partij.

De ontwerpresolutie verwerpt het concept ‘mineraalafzettingen van openbaar belang’, onder meer omdat het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden, Natura 2000, erdoor kan worden aangetast. De ontwerpresolutie waarschuwt ook dat de investeerdersbescherming in handelsverdragen zoals CETA en TTIP door buitenlandse mijnbouwbedrijven kan worden aangegrepen om regeringen in Europa onder druk te zetten. In plaats van de mijnbouwsector ruim baan te geven, moeten we inzetten op vermindering van grondstoffengebruik, aldus de Zweedse Groenen.

Outsourcen van milieuschade

De ontwerpresolutie van onze Zweedse zusterpartij sluit naadloos aan op het groene gedachtengoed. Ook voor GroenLinks en andere groene partijen gaan natuur en veilig wonen – denk aan Groningen – boven mijnbouw. Groene partijen zien in dat er een grens zit aan onze materiële consumptie. Ze streven naar een circulaire economie, waarin grondstoffen in omloop blijven, zodat we ze niet of nauwelijks meer hoeven op te graven.

Maar zo’n kringloopeconomie hebben we niet van vandaag op morgen. De meest ambitieuze plannen mikken op 2050. Ondertussen vergt de overgang van fossiele naar schone energie, waarvan de Groenen de grootste voorvechters zijn, juist extra materialen. De energie in zon, wind, water en aardkorst is nu eenmaal minder geconcentreerd dan die in fossiele brandstoffen. Er is een heel park aan windmolens nodig om één kolencentrale te vervangen.

De ontwerpresolutie van de Zweedse Groenen roept dan ook de vraag op waar we in de komende decennia, tijdens de overgang naar een circulaire economie die op schone energie draait, onze primaire grondstoffen vandaan halen. Blijven we ze importeren uit armere landen, van China tot de Democratische Republiek Congo, waar milieu en mensenrechten ernstig te lijden hebben onder de mijnbouw?

Europa heeft dan zelf geen last van de mijnbouw. In plaats van onze eigen leefomgeving te vernielen, outsourcen we de schade van ons grondstoffenverbruik. De aantasting van natuur en zoetwatervoorraden kieperen we over de schutting bij andere landen. Is dat aanvaardbaar?

Grondstoffenvloek

Misschien wel, als arme landen dankzij de inkomsten uit mijnbouw hun economie tot ontwikkeling kunnen brengen. Maar in veel ontwikkelingslanden zet grondstoffenwinning juist een rem op ontwikkeling. Nergens tieren corruptie en geweld zo welig als in de mijnbouwsector. De ontginning van bodemschatten is voor ontwikkelingslanden eerder een vloek dan een zegen.

Dat neemt niet weg dat ambachtelijke en kleinschalige mijnbouw de schamele bestaansbron is voor circa 100 miljoen mensen in ontwikkelingslanden. Als we ons dilemma aan hen zouden voorleggen, zouden ze erop aandringen dat we hun goud en kobalt blijven kopen…

Misschien wordt de door de Zweedse Groenen ingediende resolutie er sterker op, als deze ook iets zegt over de grondstoffen die we importeren. Bedrijven in de grondstoffenketen, van mijnbouwmultinationals tot elektronicafabrikanten, mogen zich niet schuldig of medeplichtig maken aan milieumisdrijven en mensenrechtenschendingen, aan corruptie en belastingontwijking. De Europese Unie kan daar steviger beleid op voeren. Zo dragen we bij aan het bezweren van de grondstoffenvloek.

De vier delegatieleden die GroenLinks vertegenwoordigen binnen de Europese Groene Partij. Zij zijn gekozen door het partijcongres van GroenLinks.

Voor we met de GroenLinks-delegatie naar de Europese Groene Partij amendementen gaan schrijven op de ontwerpresolutie, horen we graag jullie suggesties. Zet ze in de reactiekolommen hieronder.

Update
GroenLinks heeft twee amendementen ingediend op de ontwerpresolutie van de Zweedse Groenen, mede naar aanleiding van de webdiscussie. Deze amendementen zijn eind november goedgekeurd door de in Karlstad verzamelde Europese groene partijen en opgenomen in de definitieve resolutie. De amendementen luiden:
“We recognise that our current sourcing of raw materials – especially fossil fuels and metals – from beyond the EU’s borders comes down to the outsourcing of environmental degradation and social problems. This adds to the urgency of transiting to a renewable energy system and a circular economy. In the meantime, the EU and its Member States should do more to prevent multinational companies from being involved in environmental crimes, human rights abuses, corruption and tax evasion in countries that supply raw materials. The obligation of ‘due diligence’ must be extended to all imported raw materials and to all companies in their value chain. The European Commission and the Council should follow the call of the European Parliament to support a binding UN treaty on business and human rights.”
“During the transition to a circular economy, the EU must make greater efforts to reduce the ecological footprint and to improve the human rights footprint of its imports of raw materials.”

Op de website van de Europese Groene Partij staat de definitieve resolutie.

;De 28 landen van de EU importeren tienmaal zoveel ruwe grondstoffen als zij exporteren. Cijfers over 2016, in tonnen per hoofd van de bevolking. Bron: Eurostat.

Jurist. Internationaal secretaris van GroenLinks.
Alle artikelen
Medewerker van Bureau de Helling.
Alle artikelen

Reacties

Er zijn richtsnoeren voor het verantwoord kopen van mineralen uit risicogebieden, maar daar slaan veel bedrijven geen acht op. Ik vind dat de EU deze richtsnoeren verplicht moet maken. Zie alhier: http://www.oecd.org/corporate/mne/mining.htm

Grondstoffen moeten we zoveel mogelijk lokaal delven, ook als dat soms pijnlijk is. Het heeft meerdere voordelen: minder transport en dus lagere CO2 uitstoot en lagere kosten, kleinere afhankelijkheid van andere landen en bovendien kunnen we zelf zorg dragen voor een duurzame winning met eerlijke contracten. Als de grondstoffen onder een natuurgebied liggen dan moeten we compenseren of slimme oplossingen verzinnen om natuur te sparen. Alleen met gegronde redenen moeten we importeren.

We moeten naar een circulaire economie. Dan zullen we minder verbruik van grondstoffen veroorzaken.

Ben het met de Zweedse Groenen eens dat we moeten inzetten op een vermindering van het grondstoffengebruik middels een circulaire economie. Ook zullen we moeten streven naar een sterke vermindering van de import van minerale grondstoffen van buiten Europa, met name ontwikkelingslanden.

Desondanks zal de komende jaren mijnbouw noodzakelijk blijven. Naar mijn mening zal de plaats van de mijnbouw en de activiteiten (inclusief verontreiniging) gebaseerd moeten zijn op lokale en regionale Environmental Impact Assessment (EIA) procedures, waarbij de bevolking demokratisch kan kiezen uit ten minste twee alternatieven. Mijnbouw te zien als alleen maar gevaar voor de natuur ("Birds and Habitats Directives") – zoals de Zweedse Groenen lijken te doen, vind ik weinig vruchtbaar. Je moet ook durven aangeven hoe de planning van de helaas noozakelijke mijnbouw dan wel zal moeten geschieden in Europees verband. Het gebrek aan democratie, cq. ondoorzichtige besluitvorming is het probleem, niet de mijnbouw zelf, mits goed gepland.

Verder is ook belangrijk wat er met de mijn na sluiting gebeurt. Dit geeft bij goed beheer mogelijkheden voor nieuwe natuur / habitats, wandelgebieden, attractieve woonvormen op de hellingen en (niet onbelangrijk !) educatieve projecten over de ondergrond van de aarde.

Tot slot wil ik niet onvermeld laten dat de identiteit van het Hollandse landschap voor een groot deel door mijnbouw tot is stand gekomen. Voorbeelden hiervan zijn moernering voor zoutwinning in Friesland en Zeeland, het afgraven van klei in de uiterwaarden van de grote rivieren en turfsteken in veengebieden, waardoor meren zijn ontstaan. Met nieuwe landschappen en natuur als resultaat.

@Bas Je moet wel bedenken dat we in Nederland (bij mijn weten) geen metaal-ertsen in de grond hebben zitten. Dan is het wat makkelijk om andere Europese landen te vertellen dat ze de nadelen van mijnbouw maar voor lief moeten nemen.

Mijnbouw is vooral sinds 1800 een vanzelfsprekendheid geworden omdat het voor (vooral westerse) mensen profijt oplevert. Wij zijn welhaast ongemerkt gewend geraakt aan onze materiële bovenstatus. In het kader van de planetaire houdbaarheid is mijnbouw niet vanzelfsprekend maar absoluut funest. ‘In plaats van de mijnbouwsector ruim baan te geven, moeten we inzetten op vermindering van grondstoffengebruik’ dat zeg ik de Zweedse Groenen van harte na. De valkuil is dat wij desondanks groei blijven nastreven, hetgeen een onmogelijke opgave is. Binnen onze cultuur moet daarom een sterke stroom ontwikkeld worden die zich daar bewust van is. Het moet cultureel worden geïmplanteerd via opvoeding, onderwijs, politiek en doorontwikkelde internationale instituties voor besluitvorming en naleving. Vooral binnen de politiek is daar nog nauwelijks enig spoor van te bekennen. Dat deze conferentie van Europese Groenen er komt is daarom een toe te juichen initiatief. Met vriendelijke groet, Han Snijders http://han-snijders.nl/de-aarde-gewogen/

Uiteraard eens op inzetten op vermindering van grondstoffenverbruik. Maar mijn inziens een weinig groene gedachte om ‘niet on onze achtertuin' een veel efficiënter, schoner, etc grondstofwinning te hebben dan het elders op onze mooie planeet op dramatische schaal plaats vind. Al helemaal voor de hoeveelheden die wij hier verbruiken.

Het is wachten op het geheel niet beschikbaar krijgen van benodigde grondstoffen (geopolitiek wapen) In dat geval zullen de individueel belanghebbende aandeelhouders van EU producerende multinationals niet jaren wachten tot wij eigen grondstofwinning hebben opgetuigd maar automatisch en masse besluiten de productie te verplaatsen naar met name het oosten. Werkgelegenheid van miljoenen.

Impact is beperkt: bijvoorbeeld open mijnbouw optie voor de wining van 15 (kritische) metalen voor de gehele EU behoefte voor de komende 50 jaar beslaat slechts 300 bij 800 meter.

Eens dat als er geen alternatief bestaansrecht overblijft als de locale voor mens en natuur schadelijke wining wegvalt dat dat extra druk op migratie geeft. Toch is dat vraagstuk dan eerlijker en onvertroebeld.

De vraag hoe het probleem van geïmporteerde en indirecte vervuiling en uitstoot aangepakt zou moeten worden, is van groot belang en complex om op te lossen. Gezien de enorme problemen rond mijnbouw in verschillende landen waar we metalen of goederen voor onze eigen productie of consumptie vandaan halen, is het zeker voor ons Groenen van belang om - naast klassieke geopolitieke overwegingen – ook deze vragen te stellen: Welke ertsen kunnen we binnen de EU beter zelf delven, volgens onze eigen milieu-eisen, en in welke mate? In hoeverre, hoe en hoe snel kunnen we de behoefte om steeds meer metalen te delven terugdringen?

Vanuit de geologie (en geschiedenis) zijn de huidige voorwaarden en regels voor mijnbouw tussen EU-landen sterk verschillend. In Zweden zijn er 2016 139 exploitatieaanvragen voor mijnbouw ingediend en 119 goedgekeurd. Dit jaar is het aantal gestegen naar 158 (126) en de verantwoordelijke overheidsinstantie lijkt onder druk te staan om de aanvragen snel te behandelen. (Zie https://www.sgu.se/bergsstaten/statistik/undersokningstillstand/) De Mijnbouwwet is in 1991 als reactie op de Zweedse bankencrisis sterk geliberaliseerd. Vandaag de dag zijn er geen kosten voor aanvragen en de belasting is 0,2% (0,05% gaat naar de staat en 0,15% is voor herstel en andere kosten) van de waarde van de ertsen (dus pas als de productie loopt). Dat leverde in 2016 ca. € 700.000 op. Onder de Zweedse Groenen is er steun voor een verhoging van de belasting op mijnbouw, maar voordat die er is en de kosten voor het herstellen van een voormalig mijnbouwgebied door de bedrijven zelf gedragen worden, zal er nog veel discussie gevoerd moeten worden. Zeker met het Canadees-Europese handelsverdrag CETA - de meeste bedrijven die exploratievergunningen hebben, zijn verbonden met Canada - en de recente zeer slechte ervaring met de mijn Northland in Kaunisvaara in het achterhoofd. (Zie https://en.wikipedia.org/wiki/Northland_Resources)

Een toevoeging aan de resolutie over duidelijkere ondersteuning van verantwoorde mijnbouw elders is zeker het overwegen waard. Daarmee geven we indirect ook steun aan pleidooien om ook binnen Europa de regels voor mijnbouw aan te scherpen.

Bestuur Europawerkgroep GroenLinks

Reactie toevoegen