4 mins

Bullshit

Toen ik me vorige week boos maakte om Geert Wilders viel mijn oog op en onooglijk klein boekje van Harry G. Frankfurt. Ineens wist ik het: Wilders stond gewoon te bullshitten.

Vorig weekend keek ik naar de verklaring van Wilders over het definitief staken van het Catshuisoverleg. Ik hoorde hem zeker een keer of vijf verwijzen naar de belachelijke eisen van Brussel, die ten koste gaan van onze ouderen, de AOW, enzovoort. Met de mede door de PVV afgedwongen Europese begrotingsdiscipline (de 3%-regels, de supercommissaris) in het achterhoofd werd ik boos. Maar eigenlijk snapte ik niet zo goed waarom ik nou boos werd en niet gewoon mijn schouders ophaalde bij zijn verhaal. Het is immers niet mijn verhaal. Toen viel mijn oog op een onooglijk klein boekje van Harry G. Frankfurt in mijn boekenkast en ineens wist ik het: Wilders stond gewoon te bullshitten: hij had geen enkel respect voor waarheid (wat die ook moge zijn).

Waarom er zoveel geluld wordt

Bullshit? Harry G. Frankfurt? Die combinatie zei mij zes jaar geleden ook niet veel toen ik een recensie las van een als boek heruitgebracht traktaat uit 1986. Maar omdat de ondertitel van het boekje 'waarom er zoveel geluld wordt' luidde en omdat die vraag mij ook al tijden bezighield, schafte ik het aan. Ik weet niet eens meer of de recensie positief of negatief was, maar zijn verhaal sloeg aan en delen van Frankfurts relaas gingen deel uitmaken van mijn geheugen. Twee dingen zijn na al die jaren het meest blijven hangen: de definitie van Bullshit en het feit dat ik het, ondanks zijn heldere uiteenzetting, toch altijd vrij moeilijk vond om met overduidelijke voorbeelden te komen van wanneer iets bullshit is en wanneer iets gewoon een leugen. Tot vorig weekend dus.

Tijd om Frankfurt te herlezen dus. Want wat hield bullshitten ook al weer in? En wat was ook al weer het verschil met 'gewoon' liegen? Het duurde even voor ik weer een beetje vat kreeg op zijn betoog, filosofie is tenslotte niet mijn vak. Volgens Frankfurt is de leugenaar, anders dan je op het eerste gezicht zou denken, wel degelijk bezig met het waarheidsgehalte. Om een leugen te kunnen verzinnen, moet hij of zij namelijk wel weten wat waar is. En om die leugen ook nog een beetje effectief te laten zijn moet hij, zoals Frankfurt het zelf omschrijft, 'de onwaarheid construeren geleid door die waarheid.' Her en der een leugentje inpassen in een verder waarheidsgetrouw verhaal dus.

Een bullshitter heeft volgens Frankfurt veel meer mogelijkheden dan een leugenaar aangezien iemand die lult zich niet door de waarheid hoeft te laten leiden. Een bullshitter houdt het niet bij het inpassen van een leugentje tussen de waarheden. Nee, een bullshitter vervalst tevens de context zoveel als nodig is. 'Iemand die liegt,' schrijft Frankfurt, 'reageert op de waarheid, en toont daar in zoverre respect voor.' Bij iemand die zomaar wat lult, speelt dit allemaal geen rol. Zijn aandacht gaat helemaal niet uit naar de feiten en de waarheid. De feiten en de waarheid doen er alleen maar toe wanneer ze bruikbaar en relevant zijn om zomaar wat ongestraft te kunnen zeggen. En juist door het totale gebrek aan aandacht voor de waarheid is gelul volgens Frankfurt een grotere vijand van de waarheid dan leugens.

Kortom: waar een leugenaar nog probeert om je weg te houden van zoiets als een gedeelde waarheid, maakt de waarheid de bullshitter werkelijk geen donder uit. Bij hem of haar staat iets anders centraal: alleen de eigen agenda. En dat is, het mag geen verrassing zijn, volgens Frankfurt vrij vaak een politieke. Logisch dus dat het kwartje viel dit weekend: Wilders paste niet alleen feiten aan (3 procent begrotingsregel vond hij eerst noodzakelijk, nu een dreiging), hij doet hier hetzelfde met de context (hij geeft Brussel de schuld, terwijl hij er zelf voor tekende).

Domweg machteloos

Maar waarom is dat dan zo erg? Waarom werd ik er nou zo boos over? Toen begreep ik het: ik voelde me domweg machteloos. Blijkbaar was ik zo naïef om te veronderstellen dat Wilders en ik nog wel iets van een gedeelde notie van waarheid deelden. Ik vermoedde dat je nog wel met hem in debat zou kunnen gaan op basis van een gedeeld beginpunt. Maar ik zag nu vooral een man die de weg blijkbaar echt helemaal kwijt is. Iemand met wie het dus echt onbegonnen werk is om op redelijke wijze de degens te kruisen in de Kamer. En dat stemde me treurig. Dieptreurig.

En ach, alsof de duvel er mee speelde, zag ik in een keer overal bullshit. Leerdam van de PvdA, Koppejan van het CDA en Van Gent van mijn eigen partij. Allemaal in meer of mindere mate aan het lullen. Maar bij hen had ik tenminste nog het idee dat ze uiteindelijk allemaal wel om die notie van waarheid geven: Leerdam trok zich terug uit de Kamer, mevrouw Van Gent ging (direct al) door het stof en ik ben er heilig van overtuigd dat Koppejan er binnenkort zelf ook wel achterkomt dat hij niet echt geloofwaardig meer is. Gelukkig maar dat zij nog wel zoiets als een gedeelde waarheid hanteren, anders had ik het zwaar ingezien voor de toekomst van het debat. 

Reactie toevoegen