5 mei 2012

Gedenk Europees, niet nationaal

De tegenstanders van een bezoek aan de Duitse graven op 4 mei hebben gelijk: het geeft geen pas te suggereren dat daders en slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog één pot nat zijn, zoals Herman Pley in de Trouw van zaterdag 5 mei opmerkte. Maar zestig jaar na de oorlog moeten we wel onderscheid maken tussen Duitsers en daders.  Een Europese gedenkdag kan daarbij helpen.

Een jaar na de val van de Berlijnse muur liep ik stage in Oost-Berlijn, bij een predikant die op zijn achttiende samen met zijn broer in het voorjaar van 1945 nog werd gemobiliseerd, toen ook in Duitsland de meeste mensen alleen nog maar wilde dat de oorlog voorbij was. Hij werd naar het Westen gestuurd en zijn broer van zeventien naar het Oosten, waar hij kort daarna omkwam in de hel van Rusland. Ergens op de Lüneburger heide weigerde Bruno Schottstädt een gedeserteerde kameraad dood te schieten en moest als straf de executie mee aanzien. Hij voelde zich daarover zijn hele leven schuldig. Kort erna deserteerde hij zelf en gaf zich over aan de eerste de beste geallieerde die hij tegenkwam. Vervolgens bracht hij maanden in krijgsgevangenschap door. In die tijd werd hij een gelovig christen en besloot predikant te worden. Het Darmstädter Wort uit 1947, waarin de Duitse protestantse kerken werden opgeroepen hun schuld aan het nationaal-socialisme te benoemen en te bekennen, werd zijn geloofsbelijdenis. Zijn hele leven heeft hij gewijd aan verzoening tussen volken en bevolkingsgroepen (hij stierf in 2000). Hij werd een ‘rode dominee’ in de DDR, die vond dat de kerk het socialisme niet moest ontkennen en afwijzen, maar hervormen.

In de maanden van mijn stage in Berlijn hoorde ik veel oorlogsverhalen, maar dan van de andere kant. Na een anti-Duitse opvoeding drong het daar voor het eerst ten volle tot me door dat ook Duitsers verschrikkelijk geleden hebben in de oorlog. Dat besef heeft me meer dan welke andere ervaring ook, tot Europeaan gemaakt. Het ‘nooit meer oorlog’ waarmee Europa begon, betekent niets als we niet bereid zijn te erkennen dat dezelfde geschiedenis meerdere gezichten kent. Het is heel goed mogelijk een onderscheid te maken tussen nazi’s en hun slachtoffers en tegelijkertijd Duitsers te gedenken die als (kind)soldaten de oorlog ingestuurd werden en stierven. Ik kan de tien Duitse soldaten in Vorden met de beste wil van de wereld niet als daders zien, tenzij onderzoek uitwijst dat zij iets vreselijks op hun geweten hebben. Maar over hun biografie ging de discussie niet, die was puur principieel: we gedenken geen Duitsers.

Maar waarom zou Nederland op 4 mei alleen Nederlandse slachtoffers gedenken? Europa staat op een punt dat een volgende stap gezet moet worden, wil het project nog toekomst hebben. Er is meer democratie nodig en meer bewustzijn dat Europa niet alleen gaat over financieel voordeel, maar ook nog altijd om een toekomst in vrede en welvaart. Dat betekent aan de ene kant dat economische solidariteit van het rijke Noorden met het armere Zuiden onontkoombaar is, maar dat zou ook moeten betekenen dat we oorlogsherdenkingen van hun nationalistische component ontdoen.

Dit is een prachtige gelegenheid om Europa een ziel te geven: stel een Europese gedenkdag in en laat daar slachtoffers uit heel Europa hun verhalen vertellen. Het delen van geschiedenis is een wezenlijke stap naar een democratischer Europa. Nationale herdenkingen zoals 4 mei kunnen blijven, maar maak ze ondergeschikt aan de Europese, zodat het onderscheid tussen daders en slachtoffers voortaan niet meer samenvalt met iemands nationaliteit. Juist door zijn oorlogsverleden werd Bruno Schottstadt voor mij een leermeester in vrede en gerechtigheid. Ik gedenk hem met respect.

Deze tekst verscheen op maandag 7 mei 2012 in dagblad Trouw.

Onderzoeker en docent aan de Protestantse Theologische Universiteit. Oud-hoofdredacteur van tijdschrift de Helling.
Alle artikelen

Reactie toevoegen