3 mins

Max Havelaar of de Verantwoordelijkheid der Constructieve Oppositie

GroenLinks moet niet als 'constructieve oppositie' haar ideale inruilen voor wat linkse kralen en kettingen. Ook niet nu het meer macht in de Eerste Kamer heeft.

Menig lezer zal geraden hebben dat de titel van dit stuk verwijst naar Multatuli's Max Havelaar of de Koffiveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappy. Die titel stelde volgens Multatuli de lezer voor een keuze: of hij koos partij voor Max Havelaar, of hij was voor Batavus Droogstoppel. Tegen de mishandeling van Indonesiërs, of voor de Nederlandse handelsbelangen die hiervan de oorzaak waren. Max Havelaar was dus een aanklacht die tot kleur bekennen dwong. Inmiddels wordt de Javaan niet meer uitgezogen, althans niet meer door ons, maar daarmee is de noodzaak tot politiek-morele plaatsbepaling er niet minder op geworden. Zeker niet op links. Fundo of Realo, schoon geweten of vuile handen, pacifisme of Kunduz-akkoord. De keuze is steeds om mee te doen aan een spel dat men bezig is te verliezen - een spel dat door meedoen gelegitimeerd wordt - of om niet mee te doen, waarmee het verlies alleen maar groter en onvermijdelijker wordt.

De meest recente incarnatie van die keuze is om ofwel “verantwoordelijkheid te nemen” ofwel “aan de kant te staan”. Kabinet en journalisten houden oppositiepartijen deze schijnkeuze constant voor. Het oxymoron “constructieve oppositie” wordt niet meer tussen aanhalingstekens geplaatst noch door het bijwoord “zogenoemde” voorafgegaan. Op die manier is het in een onwaarschijnlijke Umwertung aller Werte tot een pleonasme verworden in het journalistieke stijlboek. Wie oppositie voert, is niet constructief. Wie niet constructief is, neemt geen verantwoordelijkheid. En verantwoordelijkheid is de buutplaats waar iedereen aan het eind van de dag aftikken moet.

Het is bij deze situatie goed inspiratie op doen bij Max Havelaar. Nu, hij klaagde de Indische Regent voor uitbuiting van de bevolking. De Gouverneur-Generaal ―de onderkoning van Nederlands-Indië― antwoordt Max Havelaar “bezadigd overleg, beleid en voorzichtigheid” in hem te missen. De aanklacht wordt dan ook niet overgenomen. Max Havelaar wijt dit aan de lauwheid, het geschipper, de aarzeling, kortom: de lafheid die het ambtelijke apparaat kenmerkt. Havelaar overweegt: “ik zie in dat ik om een eind te maken aan al dat geknoei, geen ambtenaar moet wezen. Als ambtenaar staan er tusschen de Regeering en my te veel personen die belang hebben by ’t loochenen der ellende van de bevolking.”

Wie iets van kantoorpolitiek weet, ziet direct in dat dergelijke teksten beroepsmatig zelfmoord zijn, juist als de aangeklaagde misstand groot is. En inderdaad kreeg de opstandige ambtenaar zijn ontslag. Havelaar was natuurlijk het alter ego van Eduard Douwes Dekker, die na zijn eigen congé uit de maatschappelijke as verrees als Multatuli, en zo in dreigende taal een revolutie in het vooruitzicht stelde als er niets aan de koloniale ellende zou veranderen. Zoals bekend leverde dit Indonesië evenwel niet de opheffing van de slavernij op.

Desondanks kan Max Havelaar tot inspiratie dienen voor huidige politieke keuzes. Ik pleit er hier echter niet voor dat Bram van Ojik romans gaat schrijven. Zoals Max Havelaar stelt: ”Ieder kan geen profeet of apostel wezen…hm, ’t hout zou duur worden van ’t kruisigen!” Maar de roep om verantwoordelijkheid te nemen en het zoveelste Kunduz-akkoord te tekenen is, zeker in combinatie met de slogan “koers houden”, een onverholen uitnodiging neo-liberaal, corpocratisch beleid door te voeren én te legitimeren in ruil voor wat linkse kralen en kettingen. Een kabinet dat de Participatiewet doorvoert in tijden van de hoogste werkloosheid sinds de jaren ’80, dat bezuinigt in tijden van bankreddingen en TTIP steunt in tijden van Europese technocratie, moet niet constructief tegemoet getreden worden. Zo’n kabinet behoeft oppositie. “Anders dienen dan ik te Lebak diende, kan ik niet”, stelde Multatuli. Het kan anders, en GroenLinks zou niet anders moeten willen.

Reactie toevoegen