Home » Tijdschrift » 2006 2 » 2006 nr. 2

2006 nr. 2

Conservatisme

In mijn zwakste momenten ben ik behoorlijk conservatief. Als ik voetbalsupporters in oranje leeuwenpakken zie word ik heel treurig over het peil van onze beschaving. Van winkelend publiek op koopzondag, schaamteloos hun privéleven opbiechtende tv-gasten, mobiele bellers, brallende studenten en mensen die zeggen wat ze denken (bijvoorbeeld dat ze racistisch zijn), krijg ik hevige aanvallen van cultuurpessimisme. Maar omdat dit wel heel erg ‘Youp van het Hek’ is, word ik ook weer somber van mezelf. Want het meest pessimistisch word ik van cultuurpessimisten; zozeer dat ik van de weeromstuit een optimist wil zijn.

Ik geloof dat iedereen het liefst optimistisch is, alleen lukt het nu even niet zo goed. Het merkwaardige van deze tijd is het grote verlangen naar een andere, een vroegere tijd. De conservatieven hebben als ijkpunt de jaren vijftig vanwege de vlijt, de orde, het gezag, het gemeenschapsgevoel en voor sommigen de blankheid van Nederland. Links verlangt naar de jaren zestig en zeventig vanwege de vrijheid, de zelfontplooiing, de verdeling van kennis, inkomen en macht. Beide perioden worden lijnrecht tegenover elkaar geplaatst, maar wat ze gemeen hebben, is dat men geloof had in de toekomst, in verandering ten goede, dat men optimistisch was. Een dergelijk vertrouwen ontbreekt nu bijna volledig. Men wil niet vooruit, men wil terug. Maar misschien, hopelijk, wijst het gedeelde verlangen naar tijden van hoop en optimisme er op, dat men niet zozeer terug wil, maar dat men graag wil hopen en geloof in de toekomst wil hebben. Geen conservatief verlangen naar vroeger, maar verlangen naar optimisme.

Artikelen in dit tijdschrift